• Tag Archieven filter
  • Zelfbouw rookafzuiger voor soldeerwerk 2020 02

    De tweede versie van 2020 welke ik heb gemaakt van een 12 volt ventilator van 120 x 120 milimeter, een kleine 240 naar 220 volt voeding, een aantal (lege) sigarenkistjes, en het bekledingsschuim overgebleven van een aantal zelfbouw flichtcases.

    Het filter is een driedelig fijnstof x koolstoffilter x fijnstof van 150 x 150 x 10 millimeter.

    Deze werkt prima, de doorvoer en afzuiging is minder dan de eerste versie, echter deze filtert door zijn fijnstoffilter en actieve koolfilter niet alleen de luchtjes weg maar een groot deel van de fijnstof, het is nog net geen HEPA filter, maar nu er een stuk minder schadelijke deeltjes door de werkruimte.

    We gaan hier nog een meting van doen met een aantal fijnstof en gasmeters.

    Dan nu de foto’s van afzuiger 2020-02 Lees verder  Bericht ID 4804


  • Zelfbouw rookafzuiger voor soldeerwerk 2020 01

    De eerste versie van 2020 welke ik heb gemaakt van een 12 volt ventilator van 120 x 120 milimeter, een kleine 240 naar 220 volt voeding, een aantal (lege) sigarenkistjes, en het bekledingsschuim overgebleven van een aantal zelfbouw flichtcases.

    Het filter is een koolstoffilter van 130 x 130 x 10 millimeter.

    Deze werkt prima, de doorvoer en afzuiging is voldoende, echter deze filtert door zijn actieve kool alleen luchtjes weg, natuurlijk zijn de schadelijke stoffen ook direct uit je werkomgeving weg, maar zweven nu wel door de werkruimte.

    We gaan hier nog een meting van doen met een aantal fijnstof en gasmeters.

     

    Dan nu de foto’s van afzuiger 2020-01

    Lees verder  Bericht ID 4804


  • Filters voor soldeerrook afzuiging

    Deze filters gaan we testen in de nieuw te bouwen soldeerrookafzuiger.

    HEPA Filter 3 laags met koolstof €0,70 in China
    HEPA Filter 3 laags met koolstof €0,70 in China
    HEPA Filter 3 laags met koolstof €0,70 in China
    HEPA Filter 3 laags met koolstof €0,70 in China

    Lees verder  Bericht ID 4804


  • Hardsolderen en uitgloeien

    Uitgloeien van metalen is om spanning in het metaal (non-ferro metalen) te voorkomen en om het metaal zacht en smeedbaar te maken. Dit noemen ze rekristallisatie van de metaal atomen. Het bizarre is dat deze behandeling precies andersom werkt bij staalsoorten (ferro-metalen), staal wordt juist harder als men het snel afkoelt in water of olie.

    Het uitgloeien is alleen nodig als het edelmetaal (zilver-goud) te hard wordt na het buigen/smeden en walsen. Er treedt namelijk spanning op tussen de atomen en het metaal kan gaan scheuren, daarom moet het edelmetaal tussen door uitgegloeid worden als men vaker buigt, smeed of walst.

    Tijdens het verwarmen van het metaal kleurt deze donkerder, dit zijn oxides die ontstaan als men het metaal verhit. Deze oxides gaan er weer af als men het metaal in een zuurbad legt of d.m.v. schuren en polijsten.

    Werkwijze van uitgloeien: Verhit het metaal tot het rood gloeiend (kersrood bij goud, koper, alpaca) wordt en koel het meteen af in water.
    Zilver moet uitgegloeid worden tot het licht rosé kleurt, als men zilver te lang uitgloeit ontstaan er te veel diepte oxides in het metaal die moeilijk verwijderbaar zijn. Het beste is dit te zien in het donker, dus gebruik niet te veel licht tijdens het uitgloeien.

    Let erop dat men tijdens het uitgloeien de vlam op een goede afstand houdt (heetste punt van de vlam raakt het werkstuk).
    Het heetste punt (reducerende zone) van de vlam is daar waar deze over gaat in een fel blauw gekleurde vlam, zie tekening.

    Het solderen van metalen

    Er bestaan twee manieren van solderen, zachtsolderen en hardsolderen. Bij zachtsolderen gebruikt men tin als soldeer. Bij hardsolderen gebruikt men zilversoldeer of bij goud, goudsoldeer. Het soldeer wordt eerder vloeibaar dan het moedermetaal en loopt in de naad tussen de twee verbindende delen. Het vloeibare soldeer zuigt zich als het ware in de naad, dit noemt men de capillaire werking van het soldeer.

    Hardsolderen is iets anders dan Lassen, bij lassen worden de delen aan elkaar gesmolten zonder gebruik te maken van een bindmiddel (soldeer), wel wordt er vaak toevoegmateriaal gebruikt om de naad sterker te maken, maar dit heeft vaak dezelfde samenstelling dan het gelaste metaal.

    Voordat men het werkstuk gaat solderen is het raadzaam om een proefstukje te maken, je kunt hiervoor wat rest materiaal gebruiken en zo verschillende verbindingen oefenen zie voorbeelden.

    Om te solderen heeft men nodig:

    Gasbrander, de brander waarmee gesoldeerd wordt. Hoe kleiner het werkstuk (massa) des te kleiner de vlam. Veel massa heeft veel hitte nodig en dus een grotere vlam.

    Soldeer, kleine stukjes worden af geknipt, probeer deze tegen te houden met de vingers ,anders springen ze weg. Deze kleine stukjes soldeer worden ook “pioentjes” genoemd. Zie tekening. Er bestaat ook draadsoldeer (voor grote werkstukken) en soldeer poeder.
    Er zijn verschillende soorten soldeer verkrijgbaar in de handel, namelijk hard (700ºC), middel (680ºC) en zacht (660 ºC) soldeer (genummerd L1, L2 en L3). Ook bestaat er extra hard soldeer (750 ºC) maar deze wordt vaak gebruikt om grote voorwerpen van messing en koper te solderen.
    Als men een sieraad of object opbouwt is het handig om met hard soldeer te beginnen en te eindigen met zacht soldeer, zodat de volgende soldeer verbinding van een werkstuk niet uit elkaar valt. Vandaar dat het makkelijk is om het soldeer te nummeren (1,2,3) zodat men altijd weet welk soldeer men gebruikt.

    Vloeimiddel, er zijn verschillende vloeimiddelen verkrijgbaar, het meest gebruikte vloeimiddel is borax. Dit zorgt ervoor dat het metaal niet oxideert zodat het soldeer beter vloeit. Ook lost het oxides op die al reeds op het metaal aanwezig zijn.

    Vitriool, is een zuurbadje gemaakt van 10% zwavelzuur en water. (is verkrijgbaar in poedervorm = vitrex) Het zorgt ervoor dat na verhitting de oxides en de borax aan het oppervlak van het metaal worden opgelost waardoor het metaal weer schoon wordt.
    In het zuur mag absoluut geen ijzer in komen, dus geen stalen pincet maar een messing of koper pincet gebruiken.

    Soldeer gereedschap

    • Stalen pincet, te gebruiken om pioentjes (kleine stukjes soldeer) of andere kleine dingen op te pakken (niet gebruiken in het zuurbadje).
    • Koperen pincet, alleen gebruiken voor het werkstuk in en uit het zuur te halen.
    • Kruispincet, te gebruiken om onderdelen van een werkstuk vast te klemmen tijdens het solderen, let er wel op dat deze op een goede manier ingeklemd wordt, zodat het werkstuk niet vervormt tijdens verhitten.
    • Derde handje, is een voetstuk waar het kruispincet in vast gezet kan worden.
    • Soldeerstrijker, gebruikt men om verschoven pioentje tijdens het solderen op zijn plaats te schuiven en om het soldeer een zetje te geven als het niet wil vloeien.
    • Soldeergaas, stukje ijzer gaas als ondergrond om tijdens het solderen te voorkomen dat warmte afvloeit naar de soldeer steen en om te zorgen dat de vlam beter over het gehele werkstuk verspreid wordt.
    • Soldeersteen, dit kan houtskool zijn of chamottesteen in ieder geval een vuurvaste steen.
    • Binddraad, naaldjes, krapoenen, deze hulpstukjes kan men gebruiken om de onderdelen van het werkstuk vast te zetten tijdens het solderen, deze moeten wel van ijzer zijn.

    Voorbeelden van hoe men een werkstuk kan vast zetten tijdens het solderen.

    Algemene werkwijze solderen

    Tijdens het solderen van zilver moet men er op letten dat het werkstuk overal goed verwarmt wordt, zodat deze gelijktijdig de werktemperatuur van het soldeer bereikt. Zilver is een hoge warmtegeleider net als koper.
    Des te groter de massa (het te soldeerde materiaal) des te langer het duurt voordat het op gewenste temperatuur komt, er kan dan beter met een grotere vlam gesoldeerd worden.
    Een onderdeel dat minder massa heeft zal sneller op temperatuur zijn en door onoplettendheid kan het smelten, beter is met een kleine vlam solderen.
    Bij het solderen van goud hoeft men geen rekening te houden met het gelijkmatig verwarmen van het werkstuk, omdat goud niet zo snel warmte geleid als zilver of koper kan het dus makkelijk plaatselijk gesoldeerd worden.

    Voorbeeld: een dun stukje draad wil men vast solderen op een groot stuk plaatmateriaal, de draad zal dan eerder warm worden dan de grote plaat metaal en zal dus eerder smelten.
    Dit is moeilijk te solderen, zorg er dus voor dat de delen die men aan elkaar soldeert niet te veel verschillen in massa.
    Nadat het metaal roodgloeiend wordt (afhankelijk van de smelttemperatuur van het metaal) en het soldeer gesmolten is moet men deze niet te lang blijven verwarmen anders vreet het soldeer in het metaal en krijgt men dit later niet meer weggewerkt. Zodra het soldeer is gesmolten en tussen de naad is gevloeid, meteen stoppen.

    Het opbouwen van een werkstuk is van grootst belang voor de kwaliteit van het sieraad.
    Denk goed na in welke volgorde je de delen aan elkaar soldeert, het beste is om te beginnen met de delen die de grootste massa hebben en zo verder opbouwen naar kleinere delen. Voor men begint kan men dit even bespreken met de leraar.

    Volgorde van solderen

    Om te beginnen moet men ervoor zorgen dat de delen die aan elkaar worden gesoldeerd, goed vlak tegen elkaar aan zitten en goed aansluiten (niet te grote naad), schoon zijn, d.w.z. niet vettig en zonder oxides.
    Zorg er voor dat men tijdens het solderen het soldeer gereedschap bij de hand heeft!
    Leg de onderdelen die men wil solderen op de steen en smeer ze in met borax, zet deze vast zodat ze niet gaan bewegen tijdens het solderen, verhit het werkstuk tot dat de borax uitgebruist is en vloeibaar wordt.
    Knip kleine pioentjes af van het soldeer, let erop dat je met hard soldeer begint en eindigt met zacht soldeer, strijk er een beetje borax op en leg deze bij de naad die gesoldeerd moet worden. Een andere manier is om de soldeerstrijker te gebruiken, men smelt van het soldeer een bolletje en plakt hem aan de soldeerstrijker.

    Opnieuw verwarmen van het werkstuk zoals beschreven bij algemene werkwijze tot het soldeer gesmolten is en tussen de naad vloeit. KIJK GOED WAT HET SOLDEER DOET! Je ziet het soldeer langs de naad glimmen, het soldeer vloeit, daarna moet men stoppen, anders gaat het werkstuk smelten. Let wel goed op dat het soldeer overal is door gevloeid en dat de hele naad gevult is met soldeer.
    Het soldeer zal altijd naar het heetste punt vloeien van het werkstuk! Beide te solderen delen moeten dus op dezelfde temperatuur komen, doet men dit niet dan zal het soldeer zich alleen maar aan 1 deel hechten en zit het niet vast! Vaak vloeit het de andere kant op omdat dat gedeelte het heetste is!
    Als men klaar is met solderen kan men het werkstuk afkoelen in water en in het vitriool leggen om schoon te worden voor de volgende soldering.

    Afzuiging soldeerdamp

    Wie tijdens het solderen zijn gezondheid wil beschermen of wie als werkgever verantwoordelijk is voor het gezond houden van zijn medewerkers, moet de soldeerdamp meteen bij de werkplek voor solderen afzuigen. Afhankelijk van de vereisten zijn hiervoor bij reichelt elektronik de meest uiteenlopende oplossingen verkrijgbaar.


  • Server Rack Koeling

    Het project serverkoeling. *** onder constructie *** (Start project 30 mei 2014 – laatste wijziging 6 januari 2015) (Foto’s hebben een gele “KLIK” link, alle ander links zijn naar andere pagina’s op deze site)
    De bedoeling is dat de servers KLIK voldoende koeling krijgen en stofvrij blijven, dat de ventilatoren niet harder draaien dan noodzakelijk in verband met geluid. Buitenlucht kan worden aangezogen vanuit de schaduwkant, afhankelijk van luchtvochtigheid. De warme lucht voeren we naar buiten of in de ruimte af, afhankelijk van omgevingstemperatuur. De temperaturen moeten live in het rack zijn te volgen, en we willen we dit op afstand kunnen monitoren via een website en / of app.
    *** Als dit project geheel af is gaan we afhankelijk van de resultaten kijken of de airco op warme dagen nog nodig is en we deze ook via de Arduino kunnen bedienen. ***

    Het plan van aanpak:
    Om onze servers in een stofvrije en een aanvaardbare temperatuur te laten werken is het volgende bedacht. Een gesloten serverrack met glazen deur. Het rack is van zwenkwielen voorzien om voldoende ruimte voor het aanzuigen van “koude” te hebben, en het is handig bij werkzaamheden. In de bodem slijpen we een gat van ongeveer 50 x 50 cm. Daar bouwen we een 15mm MDF kist op met de binnen maten van 50 x 50 cm en ongeveer 17cm hoog, deze sluit precies aan op onze racksteunen. KLIK en KLIK
    In deze kist komt een lade (zonder bodem) van 3 cm hoog met een stoffilter, KLIK boven de de lade komen 5 ventilatoren KLIK en  KLIK (aangestuurd door PWM via een IRF520 module) die de “koude” lucht van buiten door het filter aanzuigen en naar de voorkant van het rack brengen. Hier komt ook onze eerste sensor een DS18B20 om de ingaande temperatuur te meten.
    De “koude” lucht kan nu door de servers worden aangezogen en komt daarmee aan de achterkant in het rack, hier bovenin komt onze tweede sensor een DS18B20, om deze uitgaande temperatuur te meten.
    Het dak, of de bovenkant van het rack slijpen we aan de achterkant ook een gat van 20 x 56 cm. KLIK Hierop komt weer plaat trespa met 12 ventilatoren van 8 cm, KLIK en KLIK deze worden verdeelt in 3 groepen van 4 en aangestuurd door PWM via 3 IRF520 modules. Daarbovenop maken we weer een 15mm MDF kist van 20 x 56 cm binnenwerks en ongeveer 15 cm hoog, KLIK hierin komt in het midden een gat van 12,5 cm voor de afzuiging door middel van de CK125A buisventilator, welke afhankelijk van de omgevingstemperatuur in de ruimte of via een dakdoorvoer naar buiten gaat.


     

    Benodigheden:

    • Severrack van DataD, ventilatieopeningen voor actieve en passieve koeling, 60 cm breed, 80 cm diep en 135 cm hoog, met rookglazen deur voorzien van blauwe LED verlichting.
    • Rackmounted behuizing 19″ 2u hoog, KLIK en KLIK voor foto’s.
    • Ventilatoren 8 cm 17 stuks
    • PSU voeding voor de ventilatoren (uitleg en foto’s volgen) Verbuik is ongeveer 2,5 Ampere bij 12 Volt KLIK
    • Buisventilator (CK 125 A) 355 m3 per uur (voor afvoer naar buiten) KLIK
    • Dakdoorvoer 160 mm
    • Bevestiging voor de ventilatoren (ik heb voor platen trespa gekozen) foto’s volgen.
      • Arduino MEGA KLIK (Op een UNO kun je niet genoeg data opslaan, en je komt met het aantal pinnen in het gedrang)
      • Ethernet shield W5100 KLIK (deze gaat zorgen voor een webinterface en zijn data in een MySQL database opslaan)
      • Display blauw 20×4 KLIK met LCD adapter KLIK (wordt ingebouwd in de 19″ behuizing)
      • DHT11 temperatuur en luchtvochtigheids sensor KLIK (komt in de 19″ Arduino” behuizing)
      • DS18B20 temperatuur sensor 4 x KLIK
      • IRF520 mosfet module 4x KLIK
      • RGB led KLIK (deze gaat van kleur veranderen afhankelijk van temperatuur)
      • Enkele servo’s om de kleppen voor aanvoer koude lucht van buiten en afvoer warme lucht naar binnen of buiten te regelen.
      • Relaismodule KLIK voor de CK125A en airco (aangesloten op NC contact via eigen groep, dus bij uitval Arduino, draaien deze gewoon door)
      • Voeding voor de Arduino en componenten
      • LED strip blauw voor binnenkant glazen deur KLIK (dit is meer een optische aanpassing om het rack een mooie blauwe uitstraling te geven)

     

     Deze video is de eerste test met de display 1 DHT11 en 2 DS18B20 sensoren.

     

     


  • Versterker afstellen tutorial

    Dit artikel is geschreven om mensen te helpen bij het afstellen van de ‘Gain’ en de ‘Crossover’ op hun versterkers.
    Voordat we beginnen met het afstellen van de instellingen, gaan we eerst de basis begrippen doornemen en betekenissen achter hun afstellingen.

    Afkortingen gebruikt in dit artikel:

    EQ = Equaliser
    HP = Highpass
    HU = Headunit
    LP = Lowpass
    RMS = Root Mean Square
    W = Watts

    Wat is een Gain afstelling?

    colandino.nl - Wat is een Gain afstelling?
    Wat is een Gain afstelling?

    De Gain is GEEN volume afstelling.

    Het verhogen van de Gain geeft geen hoger ‘vol vermogen’ output. Als een versterker een maximum levert van 100wrms per kanaal, zal de Gain niet meer dan dit leveren.
    De Gain kan beter gezien worden als een ‘gevoeligheid’ meting: hoe hoger de Gain, hoe gevoeliger de versterker is voor het signaal wat deze ontvangt.
    Als voorbeeld:
    stel er zijn 3 Gain afstellingen: A, B en C. A is laag, B is medium en C is hoog. De laagst mogelijke instelling zou dan zijn als deze volledig naar links is gedraaid en de hoogt mogelijke instelling is volledig naar rechts (als de Gain een knop of potmeter is).
    Nou zeg dat de HU een signaal levert van 2V via de pre-outs en RCA kabels. Met de Gain op B, de versterker kan 100wrms per kanaal leveren. Als de Gain nu afgesteld word via A, is de versterker minder gevoelig; om de 100wrms te leveren als voorheen, moet de HU nu meer voltage leveren, zeg 3V. Als de Gain via C word afgesteld, word de versterker meer gevoeliger; er is nu nog maar 0.5V nodig om 100wrms te leveren.
    Het doel van de Gain instelling is om het pre-out signaal voltage van de HU gelijk te krijgen met de versterker. Een HU met een hoger voltage signaal vereist een lagere Gain afstelling; als de HU een lager voltage signaal levert, moet de versterker meer gevoeliger zijn om aan hetzelfde wrms signaal te komen.

    Wat betekenen de voltage markeringen op de Gain afstelling?
    Sommige Gain knoppen hebben markeringen met voltage om te gebruiken als richtlijn.

    Deze voltage markeringen geven je een suggestie welk RCA input voltage nodig is om de versterker op vol vermogen te laten werken.

    Je zal zien dat met een hoge Gain afstelling, de markering 0.5V kan worden afgelezen; dit is logisch omdat de versterker gevoeliger moet zijn om te reageren op een laag voltage signaal om alsnog volledig vermogen te kunnen leveren.

    Dit geld ook andersom: met een lage Gain aftelling kan deze een afstelling hebben van 4V; met een dergelijk hoog input voltage, dient de versterker minder gevoelig zijn om alsnog volledig vermogen te leveren.

    Hoeveel voltage levert mijn HU via de RCA pre-out?
    Als je geen professionele apparatuur hebt zoals een oscilloscoop, kan je niet weten hoeveel voltage de HU levert.

    Het voltage waarmee geadverteerd word is alleen onder speciale omstandigheden: normaal is dit bij het afspelen van een constant signaal zoals een test toon op een vaste frequentie.

    Dit is natuurlijk anders dan het afspelen van muziek. Muziek is erg dynamisch, constant wisselend van hard naar zacht.
    Het is belangrijk om te weten dat een RCA pre-out signaal lager is bij het afspelen van muziek dan bij een test toon.

    Daarom, ook al heeft een HU 4V pre-outs, zal bij het afspelen van muziek deze misschien nooit boven de 1 tot 1,3V uitkomen.

    Het kan wel pieken naar de 4V, maar het zal dit nooit als een constant vermogen vasthouden.

    Ook zullen deze voltage waardes alleen bereikt worden als het HU volume volledig open gedraaid is.

    Als het volume lager is gezet, zoals normaal is, zal het signaal voltage uiteraard lager zijn.

    Het probleem waar we tegen aan lopen is dat de Gain afstelling op een versterker veel hoger moet zijn dan in eerst instantie gedacht.

    Verwacht een 3 tot 4 keer hogere afstelling dan het werkelijke voltage.

    Als voorbeeld: een HU geeft aan dat deze een 4V pre-out signaal uitgeeft, maar dit zal gemiddeld niet hoger zijn dan 1 a 1,3V als er muziek word afgespeeld op vol volume.

    Daarentegen zal de Gain afstelling wel hetzelfde blijven: als de Gain om een 1,3V markering word gezet, zal de versterker zijn volledig vermogen leveren als de HU 1,3V levert.

    Waarom de Gain goed afstellen?
    Er zijn verschillende redenen om de Gain goed af te stellen:
    1. Hoe groter het bereik waarover je het volume kan gebruiken van de HU, des te beter is de afstelling die je hebt. Het heeft geen zin om de versterker vol open te hebben als het volume iets open staat en iedere stap een groot volume verschil geeft. Daarom is het beter om vol volume te hebben als de volume afstelling op de HU vol open staat.

    2. Om overbelaste speakers te voorkomen. Iedere speaker heeft een belastbaar limiet; als er continue teveel stroom word geleverd aan de speaker, kan het gebeuren dat de voice coil oververhit raakt en permanent beschadigt raakt.

    Gain afstelling zorgt ervoor dat de stroom die geleverd word binnen zijn beperkingen blijft.
    Het voorkomen van het ‘clippen’ van de versterker.

    Clippen gebeurt als een versterker word belast voorbij zijn eigen grens; dit limiet is het maximum aan vermogen dat de versterker kan produceren.

    Voorbij dit punt zal het output signaal verstoord raken, en word ook wel ‘clippen’ genoemd; het is goed hoorbaar en makkelijk te voorkomen.

    Als de Gain te hoog word gezet, zal de versterker zijn maximum kracht bereiken terwijl de volume op de HU niet eens volledig open staat.

    Als dan het volume hoger word gezet zal de versterker voorbij dit punt komen en zal deze gaan clippen. Door de Gain lager af te stellen, zal de versterker nooit gaan clippen ook al word de volume vol open gezet. Vergeet niet dat clippen niet direct betekent dat de speakers overbelast worden; daarom is het niet altijd gevaarlijk voor de speakers (komt later).

    4. Om een mooi gebalanceerd systeem te krijgen tussen de voor- en achter speakers, en de subwoofer, zal hun bijbehorende afstelling goed op elkaar afgesteld moeten worden. De Gain kan hier goed voor gebruikt worden.

    Wat gebeurt er als de Gain te laag word ingesteld?
    Als de Gain te laag word gezet, zal de versterker niet gevoelig genoeg zijn om zijn volledig vermogen te bereiken.

    Bijvoorbeeld, als de Gain word afgesteld waarbij de versterker een input signaal van 3V nodig heeft om vol open te staan, maar de HU levert maar 2V op vol volume, bereikt de versterker nooit zijn maximum vermogen. Hiermee maak je niet volledig gebruik van je versterker.

    Houd er wel rekening mee dat dit wel nodig kan zijn om een beter gebalanceerd systeem te krijgen, en belangrijker, om te voorkomen dat de speakers en de subwoofer overbelast raken. Daarom, een lage Gain afstelling kan worden gebruikt om de power output te beperken vanaf de versterker.

    Wat gebeurt er als de Gain te hoog word ingesteld?
    Dit is boven al besproken. De problemen houden het risico in bij het overbelasten van de speakers en veroorzaakt clippen.

    Wat is vertekening en overbelasting van de speakers en subwoofer?
    In de audio wereld, vertekening is een muziek signaal (elektrisch of akoestisch) dat minder dan 100% gelijk is aan het origineel.

    Waarbij een CD het origineel is, kan vertekening optreden als het signaal van digitaal naar analoog word geconverteerd, wanneer het door de voorversterker word gestuurd van de HU, via de RCA kabels naar de versterker, en dan weer naar de speakers, en het signaal bij de speakers weer word geproduceerd.

    Dit is soms hoorbaar en dient altijd gezien te worden als ‘slecht’, niet alleen voor je oren maar ook voor je componenten.

    Belangrijke vormen van vertekening om in de gaten te houden:
    1. Teveel vervorming van het signaal dat gestuurd word naar de conen van de speakers en de subwoofers waarmee deze voorbij hun fysieke limiet komen. Dit gebeurd vooral bij kleinere speakers die deel uitmaken van de frontspeakers, welke teveel bass doorgestuurd krijgen, vooral als het signaal op full-range word doorgestuurd. Door een HP filter te gebruiken, word de bass weg gefilterd, en zal dit de stroom afhandeling door de speaker zeker verbeteren en voorkomt vervorming.
    2. Het clippen van de versterker. Zoals hierboven besproken, clippen gebeurd als de versterker voorbij zijn maximum word gebracht om vol vermogen te leveren en het signaal vervormd raakt.

    Deze overstap is plots en ruw, maar sommige versterkers hebben last van zachte clipping, welke een stuk minder hoorbaar is. Daarnaast hebben sommige versterkers een clipping waarschuwing systeem, waarbij er een LED gaat branden.
    Het overbelasten van de speakers gebeurt wanneer er teveel vervorming optreedt of de stroom die word aangeleverd meer is dan de speaker aankan.

    Bij iedere speaker en subwoofer word aangegeven wat hun maximum is, aangegeven door de fabrikant, en word meestal ook aangegeven op de speaker zelf.

    Kijk altijd naar de RMS waarden van een speaker.

    Het is mogelijk dat er teveel vervorming optreedt zonder dat het maximum is bereikt.

    Bijvoorbeeld, een 6” speaker kan een maximum hebben van 50WRMS, maar als er een signaal word geleverd met subbass kan deze vervormen met alleen een doorvoer van 30WRMS.

    Normaal zal een speaker of subwoofer hoorbaar vervormen als deze teveel gevoed word.

    Dit is een waarschuwing om de stroom te verlagen of je riskeert permanente beschadiging!

    Clippen kan teveel vermogen veroorzaken en is daarvoor gevaarlijk voor de speakers.

    Het is een alledaagse reden voor opgeblazen voice coils.

    Een geclipped signaal is veel krachtiger dan een goed signaal, waarbij snel al het dubbele aan vermogen word bereikt dan het goede signaal.

    Het is vanwege dit snelle overschakelen wat bij mensen opvalt.

    Het goed afstellen van de Gain kan dit voorkomen!

    Clippen is niet perse gevaarlijk voor een speaker.

    Het is het eigenlijke vermogen van het signaal dat dit kan veroorzaken. Bijvoorbeeld, een versterker levert alleen 100WRMS vermogen, daarboven gaat hij clippen.

    Als hij gaat clippen kan hij een vermogen bereiken van 200WRMS. Als nu blijkt dat de subwoofer een maximum vermogen heeft van 300WRMS, zal deze niet vervormen of oververhitten.

    Daarom zal de subwoofer het signaal gewoon afspelen op 200WRMS de gehele tijd, het klinkt alleen erg slecht en de versterker kan oververhitten!

    Begrijp dus goed dat clippen een sein is dat de versterker voorbij zijn vermogen word gebracht; het begin van clippen veroorzaakt een snelle verhoging van het vermogen output, dan al niet vervormd; clippen betekend niet direct dat de speaker of subwoofer word overbelast.

    Hoe gebruik ik het beste een cross-over filter?
    Crossover filters worden herkend door de frequentie waar ze op zijn ingesteld en hoe goed deze het signaal filtert (slope ofwel curve).

    Bijna alle versterkers beschikken over een cross-over filter en zijn het meest variabel.

    Dit betekent dat je de frequentie kan afstellen vanaf waar een filter effect gaat hebben.

    De meeste slopes zijn vastgezet, normaal gezien op 12dB/oct.

    Je dient het filter af te stellen op de speakers en de subwoofer, en ook om een goede vergelijking te krijgen tussen voor, achter en de subwoofer.

    Als een kleine speaker teveel bass doorgestuurd krijgt, zal deze vroegtijdig verstoren door teveel vervorming, waardoor zijn vermogen word verlaagd; dit heeft invloed op hoe hard je het systeem kan zetten.

    De keuze van frequentie waarop de HP filter word afgesteld is een compromis; waarbij het goed is om meer midbass te hebben (70 – 150Hz bereik) op de voorspeakers, teveel vragen van de speakers kan hun vermogen verminderen.

    Dit kan ook hun geluid ‘vervuilen’ omdat ze teveel moeten werken om het helderheid van de hogere frequenties te waarborgen tijdens het afspelen van de midbass.

    Door het HP filter iets hoger te zetten zal het vermogen verbeteren terwijl je iets inlevert op de midbass.

    Het afstellen van de LP filter is ook een compromis.

    De subwoofer kan heel goed de midbass weergeven zelfs zo hoog als 200Hz.

    Echter, deze hoge frequenties boven de 100Hz zijn ‘wegwijzers’ voor je oren: hiermee kunnen ze detecteren van waar de frequenties vanaf komen.

    Doordat je oren de midbass detecteren vanuit de achterkant van je auto beïnvloedt dit ongunstig het geluidseffect.

    Je moet ervoor gaan om het zo te lijken alsof het geluid van voren afkomt.

    Subbass frequenties (flink beneden de 100Hz) zijn niet directioneel; daarom is het goed om een subwoofer achterin te hebben omdat onze oren door deze frequenties de plaatsing van de subwoofer dit niet kan bepalen.

    Als je van een subwoofer zijn locatie kan ‘horen’, komt dit doordat de subwoofer teveel hoge frequenties afspeelt of dit komt door trillingen.

    De beste afstelling voor je installatie word vastgesteld door veel dingen, zo ook de kwaliteit van de speakers en hun installatie, de akoestiek in een auto, en je eigen smaak.

    Echter, als een snelle afstelling, kan de HP worden afgesteld op basis van de grootte van de speakers:
    – 6 tot 7” speakers: 707 tot 100Hz met 12dB/oct cross-over.
    – 5,25” speakers: 100 tot 150Hz.
    – 4”speakers: 150 tot 250Hz.
    Een steiler ingesteld filter zal de bass sneller verwijderen.

    Hierdoor kan je het filter lager instellen zonder flink lagere frequenties uit te sturen.

    Veel mensen adviseren om de LP dicht bij dat van de HP in te stellen van de voorspeakers.

    Filters zijn geen grens: ze zullen niet ineens de frequenties onder of boven hun afstelling uitsluiten. Vanwege dit zal enige gaping tussen filters geen gat achterlaten.

    Een voorbeeld van gaping is een HP filter afgesteld op 90Hz en een LP filter afgesteld op 70Hz. Gaping is geliefd bij enthousiastelingen voor een beter resultaat. Echter, veel systemen klinken het beste met gelijkwaardige instellingen of daadwerkelijk overlappende cross-overs waarbij de subwoofer en de voorspeakers meer frequenties delen rond het overlappende bereik.

    Afstellen van de Gain
    Hopelijk ben je nu gewapend met een basis kennis om je te helpen bij het afstellen van je systeem voor een goed resultaat.

    Het volgende is een advies voor de stappen die nodig zijn voor het correct afstellen van de Gain en de cross-over instellingen.
    Doe dit afstellen in een omgeving waar hard geluid geen verstoring is.

    Ook bescherm je eigen oren met oordoppen om gehoorbeschadiging te voorkomen.
    In het algemeen, stel eerst de voorspeakers af, dan de achterspeakers en als laatste de subwoofer. Stel daarna het balans tussen voor, achter en de sub in, waarbij het nodig kan zijn om de Gain lager in te stellen op sommige versterkers (bvb: de subwoofer versterker).

    Stappen om de Gain in te stellen:
    1. Gebruik muziek dat goed opgenomen is en waar je bekend mee bent, waarmee het volledige frequentie bereik word bereikt van subbass tot treble.

    2. Start met alleen de voorspeaker kanalen: ontkoppel alle andere door de RCA kabels los te koppelen of ze uit te schakelen op je HU (als dit mogelijk is). Als je een 4 kanaal versterker gebruikt om 2 kanalen te bruggen, dien je de Gain af te stellen voor ieder kanaal apart. Dit doe je makkelijker door gebruik te maken van de balans functie om op één kant te concentreren per keer.

    3. Zet de Gain zo laag mogelijk in.

    4. Stel het HP filter hoger in dan nodig (bv: 150Hz voor 6”)

    5. Schakel de LOUD optie uit en zet de EQ niet in (of op een vlak bereik)

    6. Speel nu de cd en verhoog het volume zo ver mogelijk naar boven zonder vervorming
    Sommige HU’s geven de mogelijkheid voor 100% volume zonder vervorming via de RCA; andere maar tot 90%; stel het in net voor enige vervorming

    7. Begin de Gain langzaam te verhogen: ga door totdat je vervorming hoort. Enige hoorbare vervorming moet gezien worden als slecht, dus stel de Gain iets naar beneden af, net voordat vervorming optreed.

    8. Als laatste stel je de HP filter in: verlaag het tot je voorspeakers een voldoende bass geven zonder enige verlies van vermogen. Als nodig, verlaag je de cross-over instelling verder en verwacht hiermee een verlaagd vermogen wat nodig is om de Gain lager af te stellen. Dit kan wenselijk zijn voor sommige luisteraars welke niet willen dat het volume te hard is en meer midbass willen.

    Nu is de Gain en de HP filter voor de voorspeakers goed afgesteld. Ze zijn nu afgesteld op een niveau waarmee maximaal vermogen word gebruikt wanneer de HU volume vol open staat (of nog voordat het vervormd raakt).
    Volgende stap:

    9. herhaal bovenstaand voor de achterspeakers als nodig; ontkoppel wel de voorspeakers en de subwoofer.
    Volgende stap:

    10. begin met het afstellen van de subwoofer Gain en ontkoppel dan ook de voor en achterspeakers.

    11. Overweeg om de HU sublevel afstelling in te stellen op ongeveer 1/3 tot ½ (bvb: 6/15). Wanneer je dan naar muziek luistert kan je de subbass verlagen voor verschillende muziekstukken en hoger zetten voor andere; het geeft een goede flexibiliteit. Anders zet het sublevel op 0.

    12. Zet de Gain volledig terug.

    13. zet het LP filter hoger in dan nodig (bvb: 150Hz)

    14. Schakel LOUD en EQ uit.

    15. Speel weer de cd af en zet het volume van de HU naar wat gebruikt is bij het afstellen van de rest.

    16. langzaam verhoog je de Gain omhoog: doe dit totdat je enige vervorming hoort.

    17. als laatste pas je de LP filter aan: verlaag het tot een instelling waar de HP staat van de voorspeakers.
    Nu zul je een vorm van balans dienen te bereiken tussen alle speakers zonder dat er iets overheerst.

    18. Ontkoppel of schakel de subwoofer uit wanneer je de balans instelt van de voor en achter speakers (fading). Gebruik de Fader om een balans in te stellen tussen voor en achter zoals je zelf wilt.

    19. Koppel de rest van de kanalen weer aan.

    20. Stel nu vast of de subbass te hoog is, wat vaak het geval is. Als dit zo is, verhoog dan NIET de gain op de voor / achter versterker kanalen maar verlaag de Gain op de subwoofer versterker. Stel dan de Gain van de subwoofer versterker in voor een goede balans tussen de subwoofer en voor / achter.

    De meeste mensen houden van een beetje subhevige actie wat natuurlijk hun keuze is.
    Bingo, je bent bijna klaar!
    Als je wilt, kan je de EQ afstellen als je wilt naar je eigen smaak.

    Vergeet niet dat als je de frequenties versterkt (alhoewel sommige mensen het afsluiten meer prefereert), je de versterker weer meer richting het punt van clippen krijgt.

    Dit betekent, als je de volume nu verhoogd tot wat voorheen het maximum was, de versterker nu de kans loopt om te gaan clippen omdat het signaal sterker is dan voorheen.

    Vanwege deze reden zul je de Gain iets lager moeten afstellen om dit te compenseren of verhoog het volume nooit hoger dan wat je eerst gebruikt hebt om de Gains af te stellen.

    De meeste enthousiastelingen gebruiken ook nooit de LOUD instelling: het is onnodig.

    Als laatste, realiseer dat iedere cd opname in kwaliteit kan verschillen.

    Soms kan het zijn dat een opname erg hoog is afgesteld.

    Onthoud dan dat zo een opname de versterker dichter tot het punt van clippen kan brengen en je daardoor niet het volledige volume kan gebruiken.

    Belangrijk: het afspelen van test tonen (constante frequentie), zoals gedaan word tijdens SPL competities, zorgen ervoor dat het RCA output signaal sterker is dan met muziek. Ook dit kan de versterker dichter bij clippen brengen en dien je de volume onder zijn maximum te zetten.

    Als alle Gains en cross-over filters goed zijn ingesteld, zal je de installatie gebruiken met de wetenschap dat je al het bruikbare vermogen eruit haalt en kan je het volume verhogen met een laag risico om je componenten te beschadigen door teveel vermogen.

    Geniet ervan!
    Wat extra notities:
    Bij het afstellen van een installatie voor een goede geluidskwaliteit, een van de doelen is ‘voorzijde’ bass, waarbij het lijkt dat alle bass van de voorspeakers komt, wat beter is dan dat het lijkt dat de bass van de subwoofer komt of vanuit de achterzijde van je auto.
    De truck is natuurlijk om de subwoofer te filteren op een lage frequentie, zodat je oren niet kunnen vertellen van waar het geluid vandaan komt en stel dan het systeem zo af, zodat de subwoofer goed samenvalt met de speakers die de midbass speelt in je voorzijde.

    Er zijn 2 belangrijke punten die je dient te overwegen:
    Allereerst, wees er zeker van dat het subwoofer volume level goed overeenkomt. Hiermee bedoel ik dat je zeker moet weten dat je een gelijkwaardig volume hebt in vergelijking met de voorzijde. Zo niet, zal als de subwoofer de voorzijde overstemt, de bass niet goed samenvallen en klinkt het niet zo geweldig.
    Als tweede is het belangrijk om de High pass (voor je voorspeakers) en de low pass (op je subwoofer) goed af te stellen.
    De eigenlijke cross-over punten is gebaseerd op hoe laag je voorspeakers kunnen spelen, zonder vervorming. Als voorbeeld, sommige speakers zullen bij het afspelen van een midbass niet zo laag spelen, of zijn ze gelimiteerd in een lineaire afbuiging op een dusdanige manier dat als je dit te hard afspeelt op een lage frequentie, je vervorming krijgt.
    (hoe hoog de subwoofer kan spelen is ook een factor, maar er zijn maar weinig subwoofers die een zulke hoge inductantie hebben dat zij niet voorbij de 100Hz kunnen spelen).
    De installatie is ook een variabele, zeker het ontwerp en locatie van de subwooferkist, als ook de installatie / locatie van de voorzijde drivers, en ook de filters zelf. Bijvoorbeeld, de afstelling (Q) van het filter (als het een Butterworth of een linkwitz-riley e.d. is), als ook de curve van de filtering.
    Als geluidskwaliteit een prioriteit heeft, stel ik voor om de filters op vrij lage punten af te stellen (sommige SQ auto’s hebben hun subwoofer LP gefilterd onder de 50Hz!) en dan langzaam deze te verhogen, als ook afhankelijk hoe dicht bij elkaar de HP (voorzijde) en de LP (op de subwoofer) filters afgesteld worden. Zoals al eerder aangegeven, kan een kleine verschil tussen beide filter best goed werken. Het doel is om gewoon de verschillende afstellingen te testen en te luisteren wat het beste klinkt.


  • Zelfbouw rookafzuiger voor soldeerwerk

    Deze pagina is onder revisie en komt snel weer terug online.

    Soldeerrook is giftig, dus proberen we voldoende te ventileren of deze af te zuigen, onze oude afzuiging is aan vervanging toe, deze heeft door jarenlang gebruik en mishandeling zijn langste tijd gehad. Doordat de filters in alle vormen niets meer kosten in China gaan we voor HEPA met actieve kool.

    Deze filters gaan we testen voor de nieuw te bouwen soldeerrook afzuiging.

    Verder een traploos regelbare 220 volt ventilator van 120x120mm, deze komt uit een zonnebank met weinig draaiuren dus kan voor die paar uurtjes per dag nog wel even mee.

    Het is wel noodzakelijk om een toerentalregeling aan te brengen, als eerste voor het geluid, en ten tweede voor de luchtverplaatsing, die is te hoog, maar we zullen eerst maar eens kijken hoeveel de filters van de doorvoer van de lucht en lasrook wegnemen.

    220 volt, motor regelaar
    220 volt, motor regelaar

    De rest volgt……

    Bewerking: 21 december 2019

     

    Lees verder  Bericht ID 4804


  • Rookafzuiging bij het solderen

    Gevaar soldeerrook – colandino.nl

    In eerdere artikelen is uitgelegd hoe u het beste kunt solderen. Wat we in deze artikelen nog niet vertelden is dat bij solderen met zowel loodhoudend als loodvrije tin het belangrijk is om de dampen af te zuigen.

    Alle soldeertin bevat bestanddelen die bij verhitting problemen voor uw gezondheid kunnen opleveren. Hierom is het belangrijk om te zorgen voor goede afzuiging van de dampen en stoffen die vrijkomen bij het solderen. Dit artikel beschrijft de noodzaak om gezond te solderen en laat oplossingen zien die dit kunnen leveren.

    Gevolgen voor de gezondheid

    stof
    Doordring diepte stoffen in longweefsel en luchtwegen

    De waarschuwing labels op medicijnen zijn er niet voor niets, pakjes sigaretten zijn ook niet voor niets ontsierd met plaatjes en geschreven  behoorlijk schokkende waarschuwingen, bij soldeertin zit tegenwoordig een veiligheidsblad. We komen dagelijks in aanraking met stoffen waarbij inademing tot problemen kan leiden. Dit geldt ook voor dampen die vrij komen bij solderen. Zoals met alle veiligheidswaarschuwingen is het belangrijk om ze te lezen, maar je wel te realiseren dat ze de gegevens overdrijven. Lees verder  Bericht ID 4804