• Tag Archieven weerstand
  • Spanningsafhankelijke weerstand

    De spanningsafhankelijke weerstand varistor (het algemeen gebruikte symbool voor Spanningsafhankelijke-weerstanden in schakelingen)

     

    In de elektronica-wereld worden Spanningsafhankelijke-weerstanden ook wel Varistor genoemd.
     

    Vaak zal in componentenlijsten de benaming Varistor gehanteerd worden.
     

    Een spanningsafhankelijke weerstand, staat internationaal bekend als een Voltage Dependent Resistor afgekort VDR.
     

    Dit is een weerstand waarvan de waarde varieert met de spanning die wordt aangelegd over de weerstand.
     

    De benaming varistor is een samenvoeging van variable en resistor, niet te verwarren met een potentiometer of variabele weerstand, welke een mechanisch te veranderen waarde heeft.
     

    Spanningsafhankelijke weerstanden worden onder meer gebruikt voor overspanningsbeveiliging.
     

    Bij lage spanning over de spanningsafhankelijke weerstand is de weerstandswaarde zeer groot, bij hoge spanning neemt deze waarde zeer snel af.
    Lees verder  Bericht ID 4754


  • NTC E12 reeks

    Verloop in weerstandswaarde van NTC-weerstanden uit de E12-reeks.

    De kolommen geven de weerstand in Ohm weer, van elk type behorende bij de in linker kolom genoemde temperatuur.
    Het verloop van de weerstandswaarde vindt exponentïeel, plaats.

    Temperatuur 3,3 Ohm 4,7 Ohm 6,8 Ohm 10 Ohm 15 Ohm 22 Ohm 33 Ohm 47 Ohm 68 Ohm 100 Ohm 150 Ohm 220 Ohm
    -40° 45 64,09 92,73 136,75 255,63 374,92 707 1006,93 1456,84 2192,6 2388,9 4823,7
    -35° 35,25 50.2 72.63 107,63 194,9 285,85 528,48 752,69 1089 1652,2 2478,4 3634,9
    -30° 27,84 39.64 57,36 85,32 150,26 220,38 399,54 569,05 823,3 1255,8 1883,7/td> 2762,8
    -25° 22,16 31,56 45,66 68,1 117,06 171,68 305,29 434,8 629,07 962,5 1443,7 2117,5
    -20° 17,78 25,32 36,63 54,72 92,07 135,04 235,6 335,56 485,49 743,6 1115,4 1636
    -15° 14,37 20,46 29,6 44,25 73,08 107,18 183,54 261,41 378,21 579 868,5 1273,7
    -10° 11,69 16,65 24,09 36,02 58,49 85,79 144,26 205,46 297,26 454,2 681,2 999,1
    -5° 9,58 13,65 19,74 29,49 47,19 69,21 114,33 162,84 235,6 358,8 538,2 789,4
    7,9 11,26 16,29 24,3 38,36 56,26 91,34 130,09 188,21 285,4 428,2 628
    6,56 9,34 13,52 20,13 31,4 46,05 73,51 104,7 151,48 228,6 342,9 502,9
    10° 5,48 7,8 11,29 16,77 25,87 37,94 59,59 84,87 122,79 184,2 276,4 405,3
    15° 4,6 6,55 9,48 14,04 21,45 31,45 48,63 69,26 100,2 149,4 224,1 328,7
    20° 3,89 5,54 8,01 11,82 17,89 26,23 39,94 56,88 82,29 121,9 182,8 268,2
    25° 3,3 Ohm 4,7 Ohm 6,8 Ohm 10 Ohm 15 Ohm 22 Ohm 33 Ohm 47 Ohm 68 Ohm 100 Ohm 150 Ohm 220 Ohm
    30° 2,82 4,01 5,8 8,5 12,65 18,55 27,43 39,06 56,51 82,5 123,7 181,5
    35° 2,42 3,44 4,98 7,26 10,72 15,72 22,92 32,64 47,23 68,4 102,6 150,5
    40° 2,08 2,96 4,29 6,23 9,12 13,38 19.26 27,42 39,68 57 85,5 125,5
    45° 1,8 2,57 3,71 5,36 7,8 11,45 16,26 23,16 33,5 47,8 71,6 105,1
    50° 1,57 2,23 3,23 4,64 6,7 9,83 13,79 19,65 28,42 40,2 60,3 88,4
    55° 1,37 1,95 2,82 4,03 5,78 8,48 11,76 16,74 24,23 34 51 74,8
    60° 1,2 1,71 2,47 3,51 5,01 7,35 10,06 14,33 20,74 28,9 43,3 63,5
    65° 1,05 1,5 2,17 3,07 4,35 6,39 8,65 12,32 17,83 24,6 36,9 54,1
    70° 0,93 1,33 1,92 2,7 3,8 5,57 7,47 10,64 15,39 21,1 31,6 46,3
    75° 0,82 1,17 1,7 2,38 3,33 4,88 6,47 9,22 13,33 18,1 27,2 39,8
    80° 0,73 1,04 1,51 2,1 2,92 4,29 5,63 8,02 11,6 15,6 23,4 34,4
    85° 0,65 0,93 1,35 1,86 2,58 3,78 4,91 7 10.12 13,5 20.3 29,8
    90° 0,59 0,83 1,21 1,66 2,28 3,34 4,3 6,13 8,86 11,8 17,6 25,9
    95° 0,53 0,75 1,08 1,48 2,02 2,96 3,78 5,38 7,79 10,3 15,4 22,6
    100° 0,47 0,67 0,97 1,32 1,79 2,63 3,33 4,75 6,87 8,97 13,5 19,7
    105° 0,43 0,61 0,88 1,19 1,6 2,35 2,95 4,2 6,07 7,87 11,8 17,3
    110° 0,39 0,55 0,8 1,07 1,43 2,1 2,61 3,72 5,38 6,93 10.4 15,2
    115° 0,35 0,5 0,72 0,96 1,28 1,88 2,32 3,31 4,79 6,12 9,18 13,5
    120° 0,32 0,45 0,66 0,87 1,15 1,69 2,07 2,95 4,27 5,42 8,12 11,9
    125° 0,29 0,41 0,6 0,79 1,04 1,52 1,85 2,64 3,82 4,81 7,21 10,6
    130° 0,27 0,38 0,55 0,72 0,94 1,37 1,66 2,37 3,42 4,28 6,42 9,42
    135° 0,24 0,35 0,5 0,65 0,85 1,24 1,49 2,13 3,07 3,82 5,73 8,41
    140° 0,22 0,32 0,46 0,6 0,77 1,13 1,34 1,91 2,77 3,42 5,13 7,52
    145° 0,21 0,29 0,42 0,55 0,7 1,02 1,21 1,73 2,5 3,07 4,6 6,75
    150° 0,19 0,27 0,39 0,5 0,63 0,93 1,1 1,56 2,26 2,76 4,14 6,07

     


  • NTC of PTC weerstand

    De NTC of PTC-weerstanden NTC-weerstand PTC-weerstand (het algemeen gebruikte symbool voor NTC/PTC weerstanden in schakelingen)

    Links het symbool voor een NTC-weerstand en rechts het symbool voor een PTC-weerstand
     

    In de elektronica-wereld worden NTC of PTC-weerstanden ook wel met Negatieve TERMISTOR of Positieve TERMISTOR genoemd
     

    Maar vaak zal in componentenlijsten als benaming NTC of PTC gehanteerd worden.
     

    Als eerste de NTC-weerstand

     

    De afkorting NTC van een NTC-weerstand, staat voor Negative Temperature Coëfficiënt.
     

    Dit betekent dat de weerstands-waarde zal afnemen waneer de temperatuur gaat toenemenbinnen een bepaald bereik.
     

    De vergelijking van Arrhenius geeft het verband tussen weerstand en temperatuur
     

    Naarmate de NTC meer elektrisch vermogen opneemt, zal de temperatuur hoger zijn dan de omgevingstemperatuur.
     

    Bij gebruik als temperatuursensor dient dit effect tot een minimum te worden beperkt.
     

    De zelf-opwarming kan ook nuttig aangewend worden, bijvoorbeeld om een inschakel-stroompiek te begrenzen.
     

    De NTC is een halfgeleider-component. Het materiaal is gewoonlijk een metaaloxide, waaraan sporen van metaaloxiden met een andere valentie zijn toegevoegd.

    Vaak zijn NTC’s uitgevoerd in een schijfvorm met de twee parallel lopende aansluitdraden in het vlak van de schijf.
     

    Metalen uitvoeringen met een stukje draadeind eraan om een betrouwbare bevestiging (thermisch contact) op een koelplaat mogelijk te maken komen voor bij de grotere vermogen NTC.

    Er bestaan ook SMD-uitvoeringen van de NTC.
     

    NTC met kleurcode
     

    Uitvoering van een NTC welke is voorzien van een kleurcodering als waardeaanduiding.
     

    NTC voor groot vermogen
     

    Een NTC welke is voorzien van schroefdraad, om voor grotere vermogens en/of goed contact ingezet wordt.
     

    NTC in schijf-uitvoering
     

    Een NTC in schijfuitvoering, welke is voorzien van een gestempelde codering
     

    Miniatuur NTC
     

    Klein formaat NTC, welke is voorzien van een contactvlak om via een schroef/bout te monteren.
     

    De weerstandswaarde van de NTC wordt vastgelegd bij een temperatuur van 25°Celsius en heeft dan een waarde uit de E12-reeks.
     

    Klik hier voor een volledig overzicht in tabelvorm.
     

    In de tabel ziet u bij 25°Celsius de gegevens VET-gedrukt, omdat dit de referentie-temperatuur is.
     

    Afhankelijk van de waarde heeft een NTC bij -40°Celsius een 13 tot <48/b> maal zo hoge waarde als bij 25°Celsius en bij 150°Celsius een 17 tot 50 keer zo lage waarde.
     

    NTC-weerstanden, kunnen zijn voorzien van een kleurcodering of van een cijfer/letter-combinatie.
     

    Kleurcode NTC
     
    Lees verder  Bericht ID 4754


  • LDR weerstand

    LDR-WEERSTAND LDR-weerstand (het algemeen gebruikte symbool voor LDR weerstanden in schakelingen)

    De afkorting LDR van een LDR-weerstand staat voor Light Depended Resistor. In het nederlands: Licht gevoelige weerstand.
     

    Hierbij is de weerstands-waarde afhankelijk van de hoeveelheid Licht welke op het lichtgevoelige gedeelte van de LDR valt.
     

    De LDR-weerstand De LDR-weerstand De LDR-weerstand
     

    Voorbeelden van diverse LDR-weerstand uitvoeringen
    Lees verder  Bericht ID 4754


  • MDR weerstand

    De MDR-WEERSTAND MDR-weerstand (het algemeen gebruikte symbool voor MDR weerstanden in schakelingen)

    De afkorting MDR van een MDR-weerstand, staat voor Magnetic Depended Resistor. In het nederlands: Magnetisch afhankelijke weerstand.
    Hierbij is de weerstands-waarde afhankelijk van een aanwezig Magnetisch Veld waarbij de magnetische fluxdichtheid volgens het naar Carl Friedrich Gauss vernoemde Gauss-effect uitgedrukt wordt.
     

    Als aanduiding van her Gauss-effect wordt de letter G toegepast.
     

    Principe van het Gauss-effect: Wanneer een stroomvoerende geleider loodrecht in een magnetisch veld wordt gebracht, zal dit veld proberen de ladingsdragers te laten afwijken van hun baan door de geleider. Daardoor ontstaat een verschuiving van het stroompad door de geleider, waardoor de geleidende doorsnede kleiner wordt en de weerstand toeneemt.
    Lees verder  Bericht ID 4754


  • Potmeter

    Ook wel “Variabele WEERSTAND” potmeters.png (het algemeen gebruikte symbool voor variabele weerstanden in schakelingen)

     

    Een variabele weerstand is een weerstand welke in plaats van een vaste weerstandswaarde een weerstandswaarde aan kan nemen die in een vast bereik gekozen kan worden.
    Voorbeeld: u heeft een variabele weerstand waarop de tekst 22K staat gedrukt door de fabrikant. Deze variabele weerstanden kan een weerstandswaarde tussen 0 Ohm en 22 KiloOhm aannemen, waarbij alle waarden in het bereik van 0 Ohm tot 22000 Ohm gekozen kunnen worden.
    In de elektronica, worden variabele weerstanden meestal omschreven als potmeter. Deze naam potmeter zal hierna gehanteerd worden.
    Om de potmeter een al dan niet tijdelijke andere weerstandswaarde te kunnen geven, bestaat een potmeter uit een koolstof weerstand-baan of een draadgewonden weerstand-baan waarover een loper kan glijden.
    Lees verder  Bericht ID 4754


  • SMD 3digit E24


  • Weerstand

    weerstand.png

     

    het algemeen gebruikte symbool voor weerstand in schakelingen

     

    Een weerstand is een elektrische component dat dient om de doorgang van elektrische stroom te bemoeilijken, door er weerstand aan te bieden, met als gevolg een spanningsval over de weerstand.
    Weerstanden worden gebruikt als onderdeel in elektrische netwerken. Voor zo’n component is er volgens de wet van Ohm een vaste verhouding tussen de aangelegde spanning en de stroom die vloeit. Deze verhouding is de weerstandswaarde, die uitdrukt in welke mate de stroom hinder ondervindt. De weerstandswaarde, wordt uitgedrukt in de afgeleide SI-eenheid Ohm.
     

    Uitvoeringen van weerstanden:
     

    Een weerstand ontleent zijn eigenschap aan een weerstandsmateriaal, waarvoor koolstof en metaallegeringen gebruikt worden. De meest voorkomende weerstanden zijn tegenwoordig koolstofweerstanden.
     

    R-kool.png
     

    Koolweerstand
     

    Een massaweerstand bestaat volledig uit koolstof. Andere typen zijn uitgevoerd met een koolstoflaagje, al dan niet gespiraliseerd. Weerstanden met weerstandsdraad van een geschikte metaallegering worden gewikkeld om een kern, ten einde voldoende lengte van de draad in een klein volume te kunnen verwerken. Gewikkelde weerstanden hebben het nadeel dat bij hogere frequenties de zelfinductie van de wikkeling niet te verwaarlozen is. Naast precisieweerstanden van weerstandsdraad zijn er ook uitvoeringen met een metaalfilm. Metaalfilm- en koolstofilm-weerstanden lijken qua constructie veel op elkaar. Ze bestaan beide uit een dun opgedampt laagje koolstof of metaal (NiCr) waarin een spiraal is gesneden om de juiste weerstandswaarde te bereiken.
     

    R-metaal.png
     

    Metaalfilm weerstand
     

    R-wikkel.png
     

    Gewikkelde weerstand (voor groot vermogen)
     

    R-draad.png
     

    Weerstandsdraad
     

    vanwege de vraag naar steeds kleinere electronica, komen steeds meer componenten in een Surface Mounting Device uitvoering op de markt. Deze SMD-techniek, maakt geen gebruik van aansluitdraden maar heeft contactvlakken om te kunnen verbinden via soldeerpasta. Het mooiste is om gebruik te maken van een reflow-oven, hiermee bereikt u het gelijkmatig vloeien van de soldeerpasta. Wanneer u af en toe een SMD-component toepast, kunt u deze ook gewoon solderen.
     

    R-smd.png
     

    Een SMD-uitvoering (sterk vergroot, in werkelijkheid bestaat uit SMD-weerstand uit enige millimeters)
     

    het getal 101 welke op de SMD-weerstand staat (vaak via een vergrootglas moet worden achterhaald), moet worden vertaald in een weerstandswaarde. Uitleg hierover volgt geheel onderaan.
     

    Weerstandswaarden:

    Lees verder  Bericht ID 4754


  • LED weerstand berekenen

    En dan is er natuurlijk nog deze geweldige website waar je elke serie kan uitrekenen, je krijgt er gelijk een schema bij: http://led.linear1.org/led.wiz

    1. Kijk eerst waar de tolerantie indicator zit. Dit is altijd een gouden (5% tolerantie) of zilveren (10% tolerantie) kleur band. Dit om de juiste lees richting te kunnen bepalen.
    2. Lees vervolgens vanaf de andere kant de kleur van de eerste kleur band af (getal 1) en schrijf het getal op wat bij deze kleur hoort. In het voorbeeld is getal 1 geel en dat staat voor 4 (zie kleurcode tabel).
    3. Lees nu de tweede kleur af (getal 2). In het voorbeeld is dat violet en deze kleur staat voor het getal 7. Je hebt nu staan 47.
    4. Als laatste lees je de derde kleur band af. Dit is de vermenigvuldigings factor. Schrijf dit als een aantal nullen neer. In het voorbeeld is deze kleur band rood en dat staat voor het getal 2. Je schrijft dus op 00.
    5. Je hebt nu dus het getal 4700 neergeschreven. Als de derde kleur band zwart is dan schrijf je GEEN nullen op. Deze weerstand is dus 4700 ohm ook wel geschreven als 4k7 ohm.
    6. Is de derde kleur band goud dan verschuif je de komma één plaats naar links. Is de derde band zilver dan verschuif je de komma twee plaatsen naar links. Deze kleuren voor de derde band zal je echter zelden tegenkomen. Als de weerstand ook nog een extra kleur band heeft na de tolerantie kleur band dan geeft deze de kwaliteit aan. Ook dit zal je maar zeer zelden tegenkomen. Het wordt hier
      voor de volledigheid vermeld.
    7. Als er een kwaliteitsband aanwezig is (zeldzaam)dan geeft dit getal het percentage defecten aan per 1000 uur gebruik. In het voorbeeld is dit dus 2%. Dit gaat er wel vanuit dat de weerstand belast wordt voor het volledige wattage waarvoor deze gemaakt is.

    Om schema’s overzichtelijk te houden wordt er vaak een ingekorte weergave voor de weerstandwaarde gebruikt. Daarbij wordt de komma vervangen door een letter zoals b.v.:

     

    De komma wordt vervangen door een letter zoals hieronder:
    4k7 = 4,7 kΩ = 4.700Ω
    1M5 = 1,5 MΩ = 1.500.000Ω
    68 k = 68 kΩ = 68.000Ω
    2Ω7 = 2,7Ω = 2.700Ω

    Weerstand symbool
    Een weerstand kan op iedere manier aangesloten worden.

    Twee veel gebruikte symbolen waarmee in schema’s een weerstand wordt aangeven zijn:


    De weerstanden kleuren tabel

    Weerstand uitrekenen kleurcode

    Kleur Ringen Multiplier Tolerantie in %
    Zwart – Zwart
    0 1
    Bruin – Bruin
    1 10 ± 1%
    Rood – Rood
    2 100 ± 2%
    Orange – Orange
    3 1,000
    Geel – Geel
    4 10,000
    Groen – Groen
    5 100,000 ± 0.5%
    Blauw – Blauw
    6 1,000,000 ± 0.25%
    Violet – Violet
    7 10,000,000 ± 0.1%
    Grijs – Grijs
    8 ± 0.05%
    Wit – Wit 9
    Goud – Goud
    0.1 ± 5%
    Zilver – Zilver
    0.01 ± 10%
    Geen ± 20%

    kleurcode van de meest gebruikte weerstanden
    En niet te vergeten de kleurcode van de meest gebruikte weerstanden: kleurcode van de meest gebruikte weerstanden

  • Radioactieve neerslag

    Dit is een Nederlandse vertaling van dit document door Terry van Erp

    Radioactieve neerslag
    Radioactieve neerslag

    Radioactieve straling begrijpen

    Straling en radioactieve neerslag
    Radioactieve neerslag is simpelweg het stof en vuil dat na een kernexplosie op de grond valt. Het is “geladen” met straling en zal uiteindelijk “uitbranden” – een proces dat enkele dagen duurt.

    Radioactieve neerslag valt op een vergelijkbare manier als na een vulkaanuitbarsting. Het heeft een vlokkige structuur en de deeltjesgrootte kan afnemen tot stofdeeltjes of kleiner. Verwacht dat de neerslag dichter bij de explosieplaats dikker is en dunner wordt naarmate deze met de wind meewaait.

    Het slechte nieuws over radioactieve neerslag is dat de radioactiviteit ervan dikke oppervlakken (waaronder staal, hout en aarde) kan doordringen, ook al kan het stof zelf dat niet. Kortom, als je buiten een schuilkelder wordt blootgesteld aan slechts 400 R/uur, ben je binnen enkele uren dood. Het goede nieuws is dat de radioactieve eigenschappen van radioactieve neerslag na ongeveer 48 uur afnemen tot bijna normale niveaus.

    Dit is waar een ondergrondse schuilkelder van pas komt. Idealiter zou je na een nucleaire explosie, waarbij je de eerste explosie hebt overleefd, je gezin verzamelen in je volgens de regels gebouwde schuilkelder en daar wachten tot het voorbij is. Vier dagen later kom je naar buiten en begin je je leven weer op te bouwen.

    Inzicht in radioactieve neerslag en wat u moet doen om uzelf vrijwel volledig te beschermen tegen de gevaren ervan is cruciaal. De constructie van uw ondergrondse schuilkelder moet de benodigde bescherming bieden om te overleven. In principe moet u uw schuilkelder zo bouwen dat het dak zich minstens 120 cm onder de grond bevindt (90 cm bij onverstoorde grond). Of u nu gewapend beton of een laag lood gebruikt, de 90 tot 120 cm grond biedt effectieve bescherming en vormt de eerste barrière die voorkomt dat radioactieve elementen uw lichaam binnendringen.

    Bronnen van nucleaire straling

    De eerste atoombomproef, nabij Alamogordo, New Mexico, 16 juli 1945.<br>Jack Aeby/Los Alamos National Laboratory
    De eerste atoombomproef, nabij Alamogordo, New Mexico, 16 juli 1945.

    Jack Aeby/Los Alamos National Laboratory

    Drukte- en thermische effecten treden in zekere mate op bij alle soorten explosies, zowel conventionele als nucleaire. De vrijgave van ioniserende straling is echter een fenomeen dat uniek is voor nucleaire explosies en vormt een extra oorzaak van dodelijke slachtoffers, bovenop de explosie- en thermische effecten.

    Deze straling bestaat in principe uit twee soorten: elektromagnetische en deeltjesstraling. Deze straling wordt niet alleen uitgezonden op het moment van de explosie (initiële straling), maar ook nog lange tijd daarna (residuele straling). Initiële of directe kernstraling is de ioniserende straling die binnen de eerste minuut na de detonatie wordt uitgezonden en vrijwel volledig het gevolg is van de kernprocessen die tijdens de detonatie plaatsvinden.

    Reststraling wordt gedefinieerd als de straling die later dan 1 minuut na de detonatie wordt uitgezonden en voornamelijk voortkomt uit het verval van radio-isotopen die tijdens de explosie zijn geproduceerd.

    Initiële straling

    Ongeveer 5% van de energie die vrijkomt bij een nucleaire luchtexplosie wordt overgedragen in de vorm van initiële neutronen- en gammastraling. De neutronen zijn vrijwel uitsluitend afkomstig van de energieproducerende splijtings- en fusiereacties, terwijl de initiële gammastraling zowel afkomstig is van deze reacties als van het verval van kortlevende splijtingsproducten.

    De intensiteit van de initiële nucleaire straling neemt snel af met de afstand tot het explosiepunt. Dit komt door de verspreiding van de straling over een groter gebied naarmate deze zich verder van de explosie verwijdert, en door absorptie, verstrooiing en opname door de atmosfeer. De aard van de straling die op een bepaalde locatie wordt ontvangen, varieert ook met de afstand tot de explosie.

    Vlakbij het explosiepunt is de neutronenintensiteit groter dan de gamma-intensiteit, maar met toenemende afstand neemt de neutronen-gamma-verhouding af. Uiteindelijk wordt de neutronencomponent van de initiële straling verwaarloosbaar in vergelijking met de gamma-component.

    Het bereik waarin significante niveaus van initiële straling voorkomen, neemt niet sterk toe met de wapenopbrengst en daardoor vormt de initiële straling een minder groot gevaar naarmate de opbrengst toeneemt. Bij grotere wapens, boven de 50 kiloton, zijn de drukgolf en thermische effecten zo veel belangrijker dat de directe stralingseffecten kunnen worden genegeerd.

    Reststraling

    Het debuut van het M65-atoomkanon met een testschot tijdens Operatie Upshot-Knothole op de Nevada Test Site, 25 mei 1953.
    Het debuut van het M65-atoomkanon met een testschot tijdens Operatie Upshot-Knothole op de Nevada Test Site, 25 mei 1953.

    Het resterende stralingsgevaar van een kernexplosie bestaat uit radioactieve neerslag en door neutronen geïnduceerde activiteit. Resterende ioniserende straling ontstaat door:
    Splijtingsproducten

    Dit zijn isotopen met een gemiddeld gewicht die ontstaan ​​wanneer een zware uranium- of plutoniumkern wordt gesplitst in een splijtingsreactie. Er zijn meer dan 300 verschillende splijtingsproducten die het resultaat kunnen zijn van een splijtingsreactie. Veel hiervan zijn radioactief met zeer uiteenlopende halfwaardetijden.

    Sommige hebben een zeer korte halfwaardetijd, bijvoorbeeld een fractie van een seconde, terwijl andere een lange halfwaardetijd hebben waardoor de materialen maanden of zelfs jarenlang een gevaar kunnen vormen. Hun voornaamste vervalwijze is de emissie van bèta- en gammastraling. Per kiloton explosieve kracht worden ongeveer 60 gram splijtingsproducten gevormd.

    De geschatte activiteit van deze hoeveelheid splijtingsproducten 1 minuut na de detonatie is gelijk aan die van 1,1 x 10²¹ Bq (30 miljoen kilogram radium) in evenwicht met zijn vervalproducten.

    Niet-gesplijtend nucleair materiaal

    Kernwapens zijn relatief inefficiënt in hun gebruik van splijtbaar materiaal, en een groot deel van het uranium en plutonium wordt door de explosie verspreid zonder te splijten. Dergelijk niet-gesplijtend nucleair materiaal vervalt door de emissie van alfadeeltjes en is van relatief geringe betekenis.

    Door neutronen geïnduceerde activiteit

    Lees verder  Bericht ID 4754