Ondersteun mijn website’s, kanaal en inhoud en mijn voortdurende inspanningen via Patreon:
https://patreon.com/Colani
Suc6
Terry van Erp
Sketches en schakelingen - IOT - Internet of Things - Domotica - Vergeet niet regel #1 van domotica. "If it needs the cloud keep it out!"
Ondersteun mijn website’s, kanaal en inhoud en mijn voortdurende inspanningen via Patreon:
https://patreon.com/Colani
Suc6
Terry van Erp
Zie: https://verstraten-elektronica.blogspot.com/p/fy3200s-24-mhz-dds-functiegenerator.html
Ondersteun mijn website’s, kanaal en inhoud en mijn voortdurende inspanningen via Patreon:
https://patreon.com/Colani
Suc6
Terry van Erp
Zie: https://verstraten-elektronica.blogspot.com/p/fg-100-dds-lf-functiegenerator.html
Ondersteun mijn website’s, kanaal en inhoud en mijn voortdurende inspanningen via Patreon:
https://patreon.com/Colani
Suc6
Terry van Erp
Zie: https://verstraten-elektronica.blogspot.com/p/fg-050-dds-lf-functiegenerator.html
Ondersteun mijn website’s, kanaal en inhoud en mijn voortdurende inspanningen via Patreon:
https://patreon.com/Colani
Suc6
Terry van Erp
Zie: https://verstraten-elektronica.blogspot.com/p/max038-functiegenerator_19.html
Ondersteun mijn website’s, kanaal en inhoud en mijn voortdurende inspanningen via Patreon:
https://patreon.com/Colani
Suc6
Terry van Erp
Zie: https://verstraten-elektronica.blogspot.com/p/test-geekcreit-xr2206-functiegenerator.html
Ondersteun mijn website’s, kanaal en inhoud en mijn voortdurende inspanningen via Patreon:
https://patreon.com/Colani
Suc6
Terry van Erp

Naast de XR2206 is de ICL8038 het tweede beroemde IC waarmee u snel een LF functiegenerator kunt ontwerpen. Wij testten een van de bekendste Chinese kits die voor ongeveer een tientje wordt aangeboden. Ons oordeel: niet zo best, er is meer mogelijk met een ICL8038!
Uitgebreide achtergrondinformatie over het begrip ‘functiegenerator’
Op dit blog is een uitgebreid artikel verschenen met algemene informatie over alles dat met functiegeneratoren te maken heeft. In dit artikel bespreken wij:
– De specificaties van dergelijke apparaten.
– Het verschil tussen analoge en digitale functiegeneratoren.
– De principiële werking van analoge functiegeneratoren.
– De principiële werking van digitale functiegeneratoren.
– De functiegenerator in het hobby-laboratorium.
Klik op de onderstaande link:
Hobby-lab: functiegeneratoren
Hoe het er uit komt te zien
In de onderstaande foto ziet u wat het resultaat is van een uurtje knutselen. Een kastje met als afmetingen 9,0 cm x 6,0 cm x 1,8 cm waarin een complete laagfrequent functiegenerator zit. Met vier potentiometers kunt u de frequentie, de duty-cycle, de offset en de amplitude van het uitgangssignaal instellen. Om dure draaischakelaars te sparen moet u het frequentiebereik met een jumper instellen:
– 5 Hz tot 50 Hz.
– 50 Hz tot 500 Hz.
– 500 Hz tot 20 kHz.
– 20 kHz tot 400 kHz.
Met een tweede jumper selecteert u tussen sinus en driehoek op de eerste uitgang, die in amplitude en offset regelbaar is. Op de tweede uitgang staat altijd een niet in grootte instelbare rechthoekspanning ter beschikking. De twee uitgangen en de massa worden uitgevoerd onder de vorm van een driepolig printkroonsteentje. U kunt het apparaatje voeden uit een netstekkervoeding die 12 V gelijkspanning levert en deze spanning aanbiedt via een standaard 5 mm x 2,1 mm connector.
ICL8038-functiegenerator-kit-01 (© 2019 Jos Verstraten)
Het eindresultaat van een uurtje knutselen. (© 2019 Jos Verstraten)
De levering van het bouwpakket
Zoals vrijwel steeds het geval is bij deze zeer goedkope Chinese bouwpakketjes worden de onderdelen samengeperst in een veel te klein plastic zakje. In dit geval zit alles opgepropt in een zakje van 15 cm bij 10 cm, met als gevolg dat in ons geval de aansluitpennetjes van een paar potentiometers flink waren verbogen. Gelukkig zitten de IC-voetjes en de IC’s zélf op een stukje piepschuim, zodat de pootjes van deze onderdelen niet kunnen verbuigen.

De kwaliteit van de elektronische onderdelen
Niets op aan te merken, alle componenten zijn van uitstekende kwaliteit en goed leesbaar gecodeerd. Helaas was bij het aan ons geleverde pakket de 78L09 niet aanwezig. In de plaats daarvan zat er een ons onbekende transistor in het pakket. Dat was even flink balen, want een dergelijke stabilisator hadden wij niet in onze onderdelen voorraad zitten.
Opmerkenswaard is dat er voor de drie DIL-IC’s voetjes worden meegeleverd.

De perspex behuizing
U moet de behuizing samenstellen uit zes plaatjes perspex die rond het printje passen. De vier zijwanden passen in gleuven in de boven- en onderplaat. In de bovenplaat zijn alle teksten uitgefreesd. De plaatjes zijn aan weerszijden voorzien van een goed klevend beschermend laagje van papier. U kunt de behuizing zowel mét als zonder deze papieren beschutting toepassen. Het is de bedoeling dat u de vier lange schroeven zelftappend in de bodemplaat schroeft. Vandaar dat slechts vier moertjes worden geleverd.

De print
De print met als afmetingen 5 cm bij 8 cm is van een uitstekende kwaliteit. Beide zijden zijn voorzien van een soldeermasker. De soldeereilandjes zijn wél bijzonder klein, dus solderen met een heel fijne punt is absoluut noodzakelijk.

De bouwbeschrijving
Tot nu toe niets dan lovende woorden over dit uiterst goedkope bouwpakketje. Dat wordt ander als wij de meegeleverde Engelstalige bouwbeschrijving kritisch bekijken. Een aanfluiting! Eén enkelzijdig bedrukt velletje A4 met niet eens het schema van de elektronica. Dwars door de onderdelenlijst is in vette Chinese karakters een tekst geprint. Op deze handleiding staat een QR-code naar een internet-pagina met meer gegevens, maar het scannen van deze code levert alleen de mededeling ‘The page cannot be found’ op.
Het schema
Gelukkig is het niet moeilijk om het sporenpatroon op het printje te volgen en om te zetten in een schema. Het resultaat ziet u in de onderstaande figuur. Het eerste dat opvalt is dat de ontwerpers op diverse plaatsen afwijken van het door de fabrikant van de ICL8038 voorgeschreven schema. Het frequentiebereik wordt geselecteerd door het naar de massa schakelen van een van de condensatoren C3-C4-C5-C6 via de jumper JP2. De frequentie in de gekozen band wordt ingesteld met de potentiometer R4 (FREQ). Met de potentiometer R1 (DUTY) kunt u de tijd-symmetrie van het uitgangssignaal instellen. Het netwerk R2-R10-R3-R9 wordt gebruikt voor het minimaliseren van de vervorming op de sinus. Op pen 9 staat de blokgolf ter beschikking. Dat is een open-collector uitgang die extern wordt belast met de weerstand R11 en rechtstreeks naar de uitgang JP3 gaat. De driehoek op pen 3 en de sinus op pen 2 gaan naar de jumper JP1, waarmee u de gewenste signaalvorm kunt instellen. De schakeling rond de ICL8038 wordt rechtstreeks gevoed uit de voedingsspanning die u aan het printje aansluit, dus met +12 V.
De uitgangsschakeling van de sinus en de driehoek bestaat uit twee op-amp’s die in een TL082 zitten. Deze schakelingen worden symmetrisch gevoed uit twee spanningen van ±9 V. Dank zij deze symmetrische voeding kunt u de driehoek en de sinus symmetrisch maken ten opzichte van de massa zonder dat u daarvoor scheidingscondensatoren nodig hebt. Deze symmetrie kunt u instellen met de potentiometer R6 (OFFSET). Het signaal wordt tot slot in grootte geregeld met de potentiometer R5 (AMP).
Deze uitgangsschakeling is nogal merkwaardig en de auteur van dit artikel zou er een heel andere oplossing voor bedenken. Erg nieuwsgierig dus naar de prestaties van dit stukje elektronica!

De voeding voor de schakeling
In de onderstaande figuur is de voeding getekend die de ontwerpers bedacht hebben. De 12 V van de netstekkervoeding wordt ontkoppeld met C10 en voedt rechtstreeks de ICL8038. Uit deze spanning wordt door middel van een 78L09 een positieve spanning van 9 V afgeleid. Met een ICL7660S omzetter wordt uit deze spanning de negatieve voedingsspanning van -9 V gegenereerd. Dat werkt uitstekend. Bij onze schakeling waren de spanningen uit deze schakeling zo goed als symmetrisch: +8,96 V en -8,65 V.

De specificaties
De fabrikant geeft de onderstaande specificaties op voor dit bouwpakketje:
– Frequentiebereik: 5 Hz ~ 400 kHz in vier bereiken
– Uitgangssignalen: sinus ~ driehoek ~ blok
– Duty-cycle: 2 % ~ 95 %
– Vervorming sinus: 1 % max. na afregeling
– Lineariteit driehoek: 0,1 % max.
– Temperatuurdrift: 50 ppm/℃
– Offset: -7,5 V ~ +7,5 V
– Amplitude sinus en driehoek: 0,1 Vtop-tot-top ~ 11,0 Vtop-tot-top
– Amplitude blok: 12 V constant
– Voeding: +12 Vdc ~ +15 Vdc
– Stroomopname: 20 mA
– Afmetingen: 88,2 mm x 61 mm x 18,5 mm
– Gewicht: 82 g
Het printje bestukken
Het vol solderen van het printje zal voor u, ervaren hobbyist, wel geen problemen opleveren. Denk er wel aan dat u een zeer fijne puntvormige stift op uw soldeerbout moet monteren, anders gaat u gegarandeerd een paar ongewenste soldeerbruggen maken.

Het monteren van het printje in de behuizing
De bedoeling is dat u het printje met de vier meegeleverde boutjes en moertjes op de onderzijde van de behuizing schroeft. Dat gaat niet, de geleverde boutjes zijn te kort. Gebruik dus langere boutjes en zet dan meteen 2 mm dikke nylon ringetjes tussen de onderzijde van de behuizing en de print. Op deze manier is er ruimte voor uw solderingen, met als gevolg dat de onderzijde van de behuizing niet krom trekt als u de boutjes aandraait.
Nadien zet u de vier zijkanten vast in de gleuven in de onderzijde en monteert de frontplaat op de zijkanten. Met de vier lange boutjes kunt u nu het geheel vast schroeven. Deze speciale boutjes draaien zichzelf vast in de gaatjes in de bodemplaat van de behuizing.
Het frequentiebereik
Volgens de specificaties zou deze generator signalen genereren met frequenties van 5 Hz tot 400 kHz in vier bereiken. Als u de potentiometer ‘FREQ’ helemaal naar links draait valt het uitgangssignaal echter weg. U moet deze ongeveer tien graden open draaien alvorens de generator signalen genereert. In de onderstaande tabel zijn de gespecificeerde vier frequentiebereiken vergeleken met de door ons gemeten waarden.
De gemeten vier frequentiebereiken.
| Bereik | Gespecificeerd | Gemeten |
| 1 | 5 Hz ~ 50 Hz | 1,51 Hz ~ 97,0 Hz |
| 2 | 50 Hz ~ 500 Hz | 12,3 Hz ~ 507,0 Hz |
| 3 | 500 Hz ~ 20 kHz | 310 Hz ~ 25,0 kHz |
| 4 | 20 kHz ~ 400 kHz | 10,2 kHz ~ 378,4 kHz |
Stijg- en daaltijden van de ‘SQUARE’-uitgang
Pen 9 is in de ICL8038 aangesloten op een open-collector transistor. In het schema van dit bouwpakket wordt deze halfgeleider belast met een collectorweerstand R11 van 4,7 kΩ. Deze uitgang wordt rechtstreeks aangeboden aan de ‘SQUARE’-uitgang van dit apparaatje. Uiteraard zijn wij dan nieuwsgierig naar de stijgtijd van het uitgangssignaal. In het onderstaande oscillogram hebben wij deze parameter weergegeven bij de maximale frequentie van 378 kHz die ons exemplaar levert.
Bij dit oscillogram moeten wij opmerken dat wij met een gecompenseerde 1/10 probe hebben gemeten, zodat de uitgang minimaal capacitief wordt belast. Als u de blokgolf rechtstreeks meet, dan is de stijgtijd een stuk slechter.

Werking van de ‘DUTY’
Deze symmetrie-instelling heeft voornamelijk zin bij de ‘SQUARE’-uitgang. In de onderstaande oscillogrammen ziet u hoe de stand van deze potentiometer het uitgangssignaal beïnvloedt. Basisinstelling was de ‘DUTY’-potentiometer in de middenstand en de ‘FREQ’-potentiometer ingesteld op 10 kHz. Dat levert een mooie symmetrische blokgolf op. Helaas wijzigt de ‘DUTY’-potentiometer niet alleen de symmetrie van het signaal, maar ook de frequentie. Volledig linksom gedraaid valt het uitgangssignaal weg. Het eerste signaal dat verschijnt bij het zeer langzaam verdraaien van deze potentiometer is een smalle positieve naaldpuls met een frequentie van slechts 2,0 kHz en een duty-cycle van 6,5 %, zie linker oscillogram. In de meest rechtse stand levert de generator een signaal met een frequentie van 12,5 kHz en een duty-cycle van 91 %.
Dat is dus niet zo best! Bij een regeling volgens het boekje zou de frequentie van het signaal constant blijven en zou alleen de tijdsymmetrie variëren. LET OP! De twee oscillogrammen hebben niet dezelfde tijdbasis instelling. Links 80 μs/div, rechts 20 μs/div.

De prestaties in de stand ‘TAI’
Om de een of andere reden wordt de driehoek, bij alle functiegeneratoren standaard ‘TRI’ genoemd, hier ‘TAI’ genoemd.
Bij ongeveer 10 kHz met de potentiometer ‘OFFSET’ in de middenstand en de potentiometer ‘AMP’ volledig open gedraaid levert de generator de onderstaande uitgangsspanning af. Er is dus weinig symmetrie in dit signaal te ontdekken en bovendien loopt het signaal vast tegen de positieve voedingsspanning. Ook dit is dus alles behalve hoe het hoort. Met de potentiometer ‘OFFSET’ in de middenstand zou het signaal volledig symmetrisch ten opzichte van de nul-as moeten verlopen.
Door het verdraaien van beide potentiometers kunt u weliswaar een mooi symmetrisch signaal uit het apparaat halen, maar soepel verloopt deze regeling niet. De stand van de ‘AMP’-potentiometer heeft namelijk ook invloed op de symmetrie van het signaal.

Bij een frequentie van 350 kHz levert de generator een nogal vervormde driehoek, zie onderstaand oscillogram. Let er op dat wij het uitgangssignaal zo mooi mogelijk hebben gemaakt door te stoeien met de ‘DUTY’-, ‘ OFFSET’- en ‘AMP’-potentiometers.

De prestaties in de stand ‘SINE’
De sinus wordt uit de driehoek afgeleid. Als u het bovenstaande oscillogram bekijkt is het duidelijk dat u niet veel goeds kunt verwachten van de sinus bij de maximale frequentie van 350 kHz. Vandaar dat wij de generator op sinus geschakeld hebben getest bij een frequentie van slechts 20 kHz. Met de twee instelpotentiometers R2 en R3 kunt u de sinus op minimale vervorming afregelen. Als u geen harmonische vervormingsmeter hebt moet u dit op het oog doen. Zoals uit het onderstaande oscillogram blijkt, blijft er op de toppen van de sinus een hardnekkig residu van de driehoek over dat niet is weg te regelen. De specificatie ‘Vervorming sinus: 1 % max. na afregeling’ is dus volledig uit de duim gezogen!

Bij de bespreking van het schema schreven wij dat de ontwerpers van dit apparaat nogal hebben afgeweken van het door de fabrikant van de ICL8038 voorgeschreven schema. Dat wreekt zich in de prestaties van deze functiegenerator. Deze zijn volledig onder de maat. Met wat meer aandacht en tijd in de ontwerpfase van een schakeling rond een ICL8038 is het mogelijk een veel betere functiegenerator te ontwerpen.
Vooral de schakeling rond de dubbele op-amp TL082 is vrij waardeloos en had veel beter gekund. De ‘AMP’-instelling beïnvloedt de ‘OFFSET’-instelling in hoge mate, wat niet de bedoeling is en wat bij een iets ander ontwerp vermeden had kunnen worden.
Ons advies: koop dit kitje voor de onderdelen en ga zélf aan de slag met een alternatief ontwerp aan de hand van de ontelbare schema’s die u via Google vindt. Wij garanderen u dat u een functiegenerator ontwerpt met betere specificaties.
Ondersteun mijn website’s, kanaal en inhoud en mijn voortdurende inspanningen via Patreon:
https://patreon.com/Colani
Suc6
Terry van Erp
We geven er een draai aan…
Draaien is een verspaningstechniek, waarbij het metaal op een draaibank wordt bewerkt. Het materiaal draait rond en voert de snijbeweging uit, doordat de beitel in een bepaalde richting beweegt. Er zijn allerlei vormen van draaien, zoals langsdraaien, dwarsdraaien, steken, profieldraaien, conusdraaien en kopieerdraaien.

Een metaaldraaibank is een machine waarmee metalen of kunststoffen werkstukken worden gedraaid/gemaakt. De draaibank bestaat uit een gietijzeren gestel of geraamte. Door een elektromotor wordt via een v-snaar de klauwplaat, welke op de hoofdas wordt bevestigd, aangedreven.
De draaibank bestaat verder uit een support waarin de beitels voor het draaiwerk worden vastgezet. Dit beitelsupport kan zowel handmatig als automatisch over een zwaluwstaartbed worden voortbewogen. Aan het andere uiteinde van de draaibank zit de “losse kop” waarin een vast of meedraaiend center kan worden geplaatst. Ook een boorkop of een boor met grotere diameter kunnen hier worden vastgeklemd.
Op een metaaldraaibank kan behalve in- en uitwendig draaiwerk ook schroefdraad gesneden worden. Door verschillende tandwielverhoudingen te gebruiken kunnen diverse soorten schroefdraad worden gesneden. De meest voorkomende schroefdraad hier op het Europese vasteland is de Metrische draad. Er is ook Engelse (schroef)draad, Whitworth genoemd, waarvan de spoed (hier het aantal gangen per inch) en de tophoek de voornaamste verschilpunten tussen de WW en de Metrische schroefdraad zijn.
Kenmerkend voor een draaibank is dat bij een draaibank het snijgereedschap (draaibeitel) stilstaat. Meestal wordt een te bewerken onderdeel ingeklemd in een klauwplaat die bevestigd is aan een horizontale as die het werkstuk ronddraait.
De draaibank bestaat veelal uit een gietijzeren constructie, het deel dat op de grond staat heet de voet en daarbovenop staat het draaibankbed. Bij grotere draaibanken zijn voet en bed uit twee delen gemaakt, bij bijvoorbeeld een tafeldraaibank bestaan de voet en het bed uit een enkel stuk gietijzer.
De aandrijving gebeurt meestal met een elektromotor via een overbrengingssysteem bestaande uit V-riemen en/of tandwielen met een keuze uit verschillende toerentallen. De aandrijving kan ook uitgevoerd worden een frequentieregelaar die zorgt voor verschillende aandrijfsnelheden van de elektromotor.
De draaibank is een zeer oude machine die al gebruikt werd in Assyrie en het klassieke Griekenland. De oorsprong van het draaien vinden we rond 1300 v.Chr. toen de Grieken een tweepersoonshoutdraaibank ontwikkelden. Een persoon draaide het werkstuk met een touw terwijl een andere persoon een scherp voorwerp gebruikte om vormen in het hout te snijden. In het Romeinse rijk werd een draaiboog (soort strijkstok) toegevoegd. In de middeleeuwen werd het handdraaien vervangen door een pedaal zodat de handen vrijkwamen om de verschillende beitels vast te kunnen houden. Dit type draaibank is tot in het begin van de 20e eeuw veel gebruikt en nog in gebruik in diverse ontwikkelingslanden.
De eerste industriële metaaldraaibank werd door de Nederlander Jan Verbruggen, meestergieter in de zware geschutgieterij in Den Haag, in 1757 ontworpen en in gebruik genomen. In 1770 werd hij benoemd tot meestergieter in de geschutgieterij in het Royal Arsenal in Woolwich. Hier installeerde hij eenzelfde horizontale, door paarden aangedreven draaibank waarvan een set van 50 gedetailleerde camera-obscura-tekeningen bewaard zijn gebleven (zie bijgevoegd voorbeeld). Henry Maudslay, die later onder andere het automatisch draaien van schroefdraden op de draaibank uitvond, werkte ook in de werkplaats van Jan Verbruggen in Woolwich.
In de conventionele draaibanken kunnen diverse soorten uitvoeringen worden onderscheiden, met of zonder computeraansturing, te weten:

Het toerental wordt afgestemd op het te bewerken materiaal (de specifieke snijsnelheid, die voor elk materiaal anders is) en de diameter van het te draaien werkstuk.
Hierbij gebruikt men de volgende formule:
n = ( V c ∗ 1000 ) / ( π . d ) , {\displaystyle n=(V_{c}*1000)/(\pi .d),}
Waarbij:
Bij het gebruik van een industriële draaibank, waarbij door middel van hendels de toerentallen en voedingen worden ingesteld, is het volgende zeer belangrijk: het toerental van de hoofdspil mag slechts bij stilstand veranderd worden en de voedingen tijdens werking van de draaibank. Het kan dus soms gebeuren dat de tandwielen niet goed in elkaar grijpen bij het wisselen van hoofdspiltoerental, het volstaat hierbij om de klauwplaat met de hand te bewegen, men zal dan voelen dat de hendels op hun juiste plaats vallen als men de klauwplaat een beetje verdraait. Er bestaan ook systemen voor traploze snelheidsregeling bij conventionele machines in de vorm van frequentieomzetters.

Rechts bevindt zich de losse kop, hierin kan een vast of meedraaiend center worden geplaatst, zodat het werkstuk aan beide uiteinden ondersteund wordt. Ook bestaat de mogelijkheid om er een boorkop of een grotere boor rechtstreeks in te zetten.
De losse kop kan verplaatst worden langs het bed. Het bed bestaat uit twee geleiders die heel zuiver zijn geslepen. In het bed is een trapeziumvormige rand geslepen, zodat bij slijtage op het bed er geen zijdelingse speling ontstaat maar enkel de support naar onder toe zakt (een zeer kleine verplaatsing overigens).
Bij het bed zijn er 2 keuzemogelijkheden: inductiegehard of niet. Inductiegehard is duurder maar op termijn heeft dit enkel voordelen doordat het bed minder vatbaar is voor beschadiging van spanen of slijtage door gebruik. De beitelwagen, ook weleens langsslede of support genoemd, kan over het bed verplaatst worden (voeding). Dit support kan zowel handmatig alsook automatisch door middel van een nauwkeurige schroefdraadstang worden voortbewogen, afhankelijk van de grootte van de draaibank kan dit trapeziumdraad of zaagtanddraad zijn, beide geschikt voor het opnemen van zware axiale belastingen op deze as. Hierbij moet er op gelet worden dat bij het gebruik van automatische voeding men de slede niet heeft vastgezet met de blokkeerschroeven, dit kan zware schade veroorzaken aan het bed.
De dwarsslede is de tweede van een combinatie van drie sleden, haaks ten opzichte van elkaar opgesteld. Ook deze kan meestal met automatische voeding worden bewogen. Hierop staat dan nog een beitelslede waarop een beitelhouder geplaatst is waarin men, afhankelijk van het model, één of meerdere beitels kan plaatsen. Hoe deze beitels worden vastgehouden in de beitelhouder verschilt, het belangrijkste is dat de beitelpunt op centerhoogte staat in verband met snijkrachten en afwerking van het stuk.
Er zijn verschillende soorten beitelhouders die het mogelijk maken snel beitels te wisselen voor verschillende toepassingen. Een voorbeeld is meerdere beitels in een houder. Deze systemen zijn in hoogte verstelbaar waardoor centerhoogte gehaald kan worden.
Wat is Pb/Sn-soldeer in elektronica? Hier proberen we om de betekenis van Pb/Sn-soldeer en andere details uit te leggen. We gaan ook dieper in op de belangrijkste eigenschappen ervan en hoe deze bijdragen aan de productie van hoogwaardige PCBA’s. Laten we beginnen met de definitie van soldeer.
Soldeer in de elektronica-industrie is een laagsmeltende metaallegering voor het monteren van onderdelen aan printplatenHet bevestigt componenten permanent, maar zorgt er ook voor dat ze gemakkelijker te verwijderen zijn voor reparatie of herbewerking.
Het metaal smelt bij een lagere temperatuur dan de onderdelen die het aan elkaar hecht, waardoor het montageproces veilig is. De legering is ook verkrijgbaar in verschillende vormen, zoals draad, pasta, folie en staven.
Het type soldeer dat u gebruikt, hangt af van of u handmatig of geautomatiseerd soldeert. Industrieel soldeer is meestal een pasta die bestaat uit soldeerbolletjes die in vloeimiddel zijn gesuspendeerd.
Pb Sn staat voor lood en tin in de PCB-elektronicaproductie. Pb is het chemische symbool voor lood, een dicht metaal met een relatief laag smeltpunt van ongeveer 320 °C. Sn daarentegen staat voor tin, een glanzend, lichtgewicht metaal dat smelt bij ongeveer 232 °C.
Door de twee metalen te mengen ontstaat een legering die al bij een veel lagere temperatuur, tussen 180 °C en 190 °C, vloeibaar wordt. Het exacte smeltpunt hangt af van de specifieke verhoudingen tin en lood in de legering.
De Pb/Sn-legering voor elektronica is doorgaans 60Sn40Pb of 63Sn37Pb. Deze verhoudingen vormen de combinaties die de beste resultaten opleveren voor soldeerdoeleinden.
Het 63/37 tin-lood soldeer is eutectisch, wat betekent dat het één smelt- en stolpunt heeft. De 60/40-verhouding is dat niet, en de smelttemperatuur varieert van 183 °C tot 190 °C.
Lood-tinlegeringen bevatten de twee primaire metalen tin en lood. Het soldeermateriaal bevat ook andere componenten die nodig zijn voor het soldeerproces. Laten we hieronder elk component bekijken, inclusief de eigenschappen die het aan de mix toevoegt.
Het loodpercentage varieert, waarbij 40% en 37% het meest voorkomen. De loodlegering met 40% lood was jarenlang het populairst. Tegenwoordig biedt 37% een beter percentage voor de meeste soldeerbehoeften.
Lood verlaagt het smeltpunt van de legering. Het verbetert ook de vloei- en bevochtigingseigenschappen. Bovendien helpt het voorkomen dat tin snorharen vormt.
Net als lood varieert de hoeveelheid tin afhankelijk van de gewenste eigenschappen. De meest voorkomende verhouding is 60% en 63%. De traditionele legering bestaat voor 60% uit tin, terwijl de moderne legering dit percentage verhoogt tot 63%.
Tin is zacht en vervormbaar. Het is ook corrosiebestendig. Door zijn aanwezigheid is de legering bruikbaar als zacht, laagsmeltend materiaal voor het bevestigen van PCB-componenten.
Het Sn/Pb-soldeer bevat ook vloeimiddel, een organisch materiaal dat de soldeeroppervlakken reinigt. Het verwijdert oxidatie en verbetert de bevochtiging. Vloeimiddel bevat ook voorkomt dat de oppervlakken oxideren in de soldeertemperaturen.

Bron: https://www.youtube.com/watch?v=K_5dgIPZLC0
Lees verder Bericht ID 31391

Zonnepanelen zetten licht om in elektrische spanning. Dat noemen we een fotovoltaïsche reactie, daarom heten zonnepanelen ook wel fotovoltaïsche (in Engels photo voltaic), of PV-systemen. Met de elektrische spanning wordt elektriciteit (stroom) opgewekt.
Al in 1839 ontdekte de Franse natuurkundige Becquerel dat het mogelijk is om elektriciteit op te wekken uit zonlicht. Dit heet het photovoltaïsch effect. In de meeste systemen wordt hiervoor silicium (een halfgeleider) gebruikt. Energie van de zon kan elektronen losmaken in het silicium. Hierdoor ontstaat spanning in een zonnecel. Door meerdere zonnecellen achter elkaar te schakelen in een zonnepaneel kan er stroom gaan lopen. Voor het opwekken van stroom hebben zonnepanelen niet per se direct zonlicht nodig.
Ook op een bewolkte dag levert een zonnecel elektriciteit.
Zonnepanelen zijn duurzaam: ze zetten zonne-energie om in stroom. Daarvoor hoeft de zon niet fel te schijnen: ook op een bewolkte dag leveren jouw panelen elektriciteit. De populairste zonnepanelen zetten 12 tot 16 procent van het zonlicht dat erop valt om in elektriciteit. In 2 jaar heeft een zonnepaneel al meer energie bespaard dan het kostte om het paneel te maken. Daarna leveren jouw zonnepanelen nog 23 jaar milieuwinst!