
Er is ook een andere manier om de enorme hoeveelheid e-waste te verkleinen: door simpelweg te voorkomen dat nog werkende apparaten worden afgedankt. Daarop is het Europese recht op reparatie (right to repair) gericht. De nieuwe richtlijn werd in 2024 ingevoerd en geldt sinds 1 augustus 2026 in alle EU-landen.
Nederland is alleen te laat, meldt de Consumentenbond. De Europese richtlijn had voor 31 juli door lidstaten moeten worden omgezet in nationale wetgeving, maar ons kabinet stuurde het wetsvoorstel pas op 9 juli naar de Tweede Kamer. Het is daarom onzeker of de wet nog dit jaar ingaat.
#1 Wat houdt het recht op reparatie in?
Gaat een huishoudelijk apparaat stuk, dan kun je dat nu vaak beter vervangen dan laten repareren. Dat is sneller, gemakkelijker en soms nog goedkoper ook. Hoewel er steeds meer repaircafés zijn waar je spullen gratis kunt laten repareren, loop je bij fabrikanten aan tegen lange wachttijden en onderdelen die niet meer besteld kunnen worden. En apparaten zelf repareren is nagenoeg onmogelijk.
Het recht op reparatie wil dat tegengaan door fabrikanten in Europa te verplichten om hun producten te repareren binnen een redelijke termijn en voor een redelijke prijs, óók als de garantietermijn al is verstreken. Doel is dat consumenten dan vaker kiezen voor reparatie, zodat er minder nieuwe grondstoffen nodig zijn.
Daar horen ook enkele andere verplichtingen bij. Zo worden producenten verplicht toegankelijke informatie te bieden over reparatie, reserveonderdelen beschikbaar te stellen en de garantieperiode te verlengen na een reparatie. Gedurende de reparatie moet de fabrikant bovendien een vergelijkbaar product te leen aanbieden.
Daarnaast komt er een Europees online platform dat reparateurs zichtbaarder moet maken voor nieuwe klanten.





