• Tag Archieven maken
  • Backup en restore SD kaart in Linux

    Stap 1

    Als eerste gaan we kijken waar je SD kaart is en hoe deze is aangeduid, laat je SD kaart uit de kaartlezer en voer uit in je terminal:

    df -h

    Als je de lijst van drives ziet is dat goed gegaan.

    Steek de SD kaart in de kaartlezer en voer nu nogmaals uit:

    df -h

    Nu is je SD kaart in de lijst erbij gekomen als bijvoorbeeld: /dev/sda


    Stap 2

    Om een backup te maken van je SD kaart voer je nu uit:

    sudo dd if=<strong>/dev/sda</strong> of=~/<strong>mijnbackup</strong>.img
    Lees verder  Bericht ID 3529


  • RS232 seriële nulmodem kabel bedrading

    Nulmodems, een inleiding

    Seriële communicatie met RS232. Één van de oudste en meest wijd vespreide communicatie methoden in computerwereld. De manier waarop deze communicatie dient plaats te vinden is vastgelegd in goed gedefiniëerde standaards. Met één uitzondering echter. De standaarden beschrijven het gebruik van DTE/DCE communicatie, de manier waarop een computer zou moeten communiceren met een apparaat als een modem. Ter informatie, DTE betekent data terminal equipment (computers etc.) terwijl DCE een afkorting is van data communication equipment (modems). Een belangrijk gebruik van seriële communicatie op dit moment—een seriële nulmodem configuratie met DTE/DTE communicatie—wordt niet zo nauwkeurig gedefiniëerd, zeker niet wanneer het op flow controle aankomt. De terminologie nulmodem voor de situatie waar twee computers direct met elkaar communiceren komt tegenwoordig zo vaak voor, dat de meeste mensen zich niet meer de betekenis van de term realiseren en dat een nulmodem eigenlijk een uitzondering is en niet de regel.

    Vroeger zijn praktische oplossingen ontwikkeld om twee computers met elkaar te laten communiceren over een seriële nulmodem lijn. In de meeste gevallen worden de originele modem signalen hergebruikt om een vorm van handshaking te implementeren. Het gebruik van handshaking kan de maximaal mogelijke communicatiesnelheid verhogen omdat het de computers de mogelijkheid geeft de toevoer van informatie te regelen. Grote hoeveelheden binnenkomende informatie zijn toegestaan op momenten dat de computer in staat is het te verwerken, maar niet als de computer bezig is met het uitvoeren van andere taken. Als geen flow control is geïmplementeerd, dan is communicatie alleen maar mogelijk op snelheden waarbij het zeker is dat de ontvangende zijde de binnenkomende hoeveelheid informatie kan afhandelen, zelfs in de slechtst denkbare situaties.

    RS232 oorspronkelijk gebruik

    Wanneer we de pinnen van de RS232 connector beschouwen, dan zien we twee pinnen die zeer duidelijk voor flow control bedoeld zijn. Deze twee pinnen zijn de RTS, request to send en de CTS, clear to send. Met DTE/DCE communicatie (computer met modem) is de RTS een uitgang op de DTE en een ingang op de DCE. CTS is het antwoord signaal dat komt van de DCE.

    Voordat een karakter gezonden wordt vraagt de DTE toestemming door de RTS uitgang te zetten. Er zal geen informatie worden verzonden, tot de toestemming door de DCE via de CTS lijn gegeven wordt. Als de DCE de binnenkomende gegevens niet kan verwerken, dan zal het CTS niveau laag worden. Een eenvoudig maar bruikbaar mechanisme dat flow control toestaat in één richting. De aanname is namelijk, dat de DTE altijd in staat is binnenkomende gegevens sneller te verwerken dan de DCE ze kan aanleveren. In het verleden was dit zeker waar. Modem snelheden van 300 baud waren gebruikelijk en 1200 baud werd gezien als een hoge snelheids verbinding.

    Voor verdere controle op de uitwisseling van informatie hebben beide apparaten de mogelijkheid om hun status door te geven naar de andere kant. Voor dit doel zijn de DTR, data terminal ready en DSR, data set ready signalen aanwezig. De DTE gebruikt het DTR signaal om aan te geven dat het bereid is informatie te ontvangen terwijl de DCE het DSR signaal gebruikt voor hetzelfde doel. Voor het gebruik van deze signalering is niet een klein vraag en antwoord protocol noodzakelijk zoals met RTS/CTS handshaking. De signalen werken elk slechts in één richting.

    Het laatste flow control signaal dat aanwezig is in DTE/DCE communicatie is de CD, of carrier detect. Eigenlijk wordt dit niet direct voor de controle van de communicatie gebruikt, maar meer om aan te geven of het modem in staat is om te communiceren met een ander modem. Het signaal geeft aan of er een communicatielink tussen beide modems aanwezig is.

    Nulmodem zonder handshaking

    Lees verder  Bericht ID 3529


  • Seriële RS232 kabel layout

    RS232 kabel
    RS232 kabel

    Seriële RS232 kabel layout

    Bijna niets in computer interfacing is verwarrender dan het kiezen van de juiste RS232 seriële kabel. Deze pagina’s zijn bedoeld om informatie te geven over de meest voorkomende seriële RS232 kabels bij regulier computergebruik, ofwel antwoord te geven op de vraag: “Hoe verbind ik seriële randapparatuur of computers onderling via RS232?”

    RS232 connector pintoewijzing

    De RS232 connector is oorspronkelijk ontworpen om 25 pinnen te benutten. Bij deze DB25 connector indeling was onder meer ruimte gemaakt voor een secundair serieel RS232 communicatiekanaal. In de praktijk wordt meestal slechts één serieel communicatiekanaal met bijbehorende handshake lijnen gebruikt. Er zijn slechts weinig computers op de markt gebracht waar beide seriële RS232 kanalen zijn geïmplementeerd. Voorbeelden hiervan zijn de Sun SparcStation 10 en 20 modellen en de Dec Alpha Multia. Ook op een aantal Telebit modem modellen is het secondaire kanaal aanwezig. Het kan gebruikt worden om de modem status op te vragen wanneer het modem on-line is en bezig met communiceren. Op personal computers is de kleinere DB9 versie nu populairder. In de schema’s zijn de signalen die bij beide connectoren voorkomen zwart aangegeven. De rode teksten geven signalen aan die alleen een gedefiniëerd zijn bij de grotere uitvoering. Let op, dat de afscherming bij de grote connector met pin 1 wordt verbonden terwijl daar bij de DB9 connector versie de buitenkant van de connector voor wordt gebruikt.

    De pintoewijzing van de DEC modified modular jack is hier ook getoond. Dit type connector is alleen gebruikt op apparatuur van Digital Equipment Corporation, vroeger één van de leiders in het mainframe segment. Alhoewel deze seriële interface differentiëel is (het receive en transmit signaal hebben elk hun eigen zwevende nul niveau, wat niet het geval is bij reguliere RS232) is het mogelijk RS232 compatibele apparatuur middels deze interface te verbinden omdat de spanningniveaus van de bit treinen in hetzelfde bereik vallen. Waar de RS232 standaard met name gefocust was op de verbinding van DTE, data terminal equipment (computers, printers etc.) met DCE, data communication equipment (modems), was MMJ vooral bedoeld voor het verbinden van twee DTE’s onderling.

    RS232 DB9 pintoewijzing
    RS232 DB9 pintoewijzing
    DEC MMJ pintoewijzing
    DEC MMJ pintoewijzing

    Lees verder  Bericht ID 3529


  • Zelf flux maken

    Benodigheden:

    Doe je harskristallen/scherven in een fles die je kunt afsluiten. Vul slechts tot halverwege met 99%+ IPA, doe het deksel erop. Sluit je IPA-bron af zodra je hebt gegoten. Wanneer de hars is opgelost, voeg je meer scherven toe. Laat oplossen. Als je een verzadigingspunt bereikt en je container niet vol is, voeg dan nog een paar scherven en een beetje meer van je 99%+ IPA toe.

    Je flux bij het bereiken van verzadiging is misschien iets te viskeus en een zeer kleine hoeveelheid IPA kan worden toegevoegd om de viscositeit tot een gewenst niveau te verlagen.

    Harsflux heeft zijn toepassingen en is goedkoop, maar enigszins tijdrovend om te maken. Het heeft een zeer beperkt gebruik en is een veel voorkomende flux die je beter kunt vermijden bij het werken met micro-elektronica. Ongereinigde harsflux droogt op en zal vocht uit de lucht gebruiken om milde zuren te creëren.

    Patenten:

    Uit wat onderzoek blijkt dat er een verlopen patent is van een eenvoudig Flux / vloeimiddelrecept:

    • Isopropylalcohol (60-70% gewicht)
    • Waterwitte hars (30-40% gewicht)
    • Glycerine (2-3% gewicht)
    • Kationogene fluorkoolstofsurfactant (0,01-1% gewicht) 

    Vloeibaar of pasta

    • Vloeibaar vloeimiddel wordt geproduceerd met een concentratie van 20-65% hars; bij een concentratie van 65-80% hars ontstaat een pasta-vloeimiddel.

    NC flux

    NC-flux, (No Clean) flux voor een betere definitie, is flux die je niet hoeft te reinigen, maar die je altijd wel wilt reinigen, net als alle fluxen.

    Koop op Aliexpress en steun dit kanaal

    Zie ook de Flux review


    Ondersteun mijn website’s, kanaal en inhoud en mijn voortdurende inspanningen via Patreon:
    https://patreon.com/Colani

    Suc6
    Terry van Erp


  • Radioactieve neerslag

    Dit is een Nederlandse vertaling van dit document door Terry van Erp

    Radioactieve neerslag
    Radioactieve neerslag

    Radioactieve straling begrijpen

    Straling en radioactieve neerslag
    Radioactieve neerslag is simpelweg het stof en vuil dat na een kernexplosie op de grond valt. Het is “geladen” met straling en zal uiteindelijk “uitbranden” – een proces dat enkele dagen duurt.

    Radioactieve neerslag valt op een vergelijkbare manier als na een vulkaanuitbarsting. Het heeft een vlokkige structuur en de deeltjesgrootte kan afnemen tot stofdeeltjes of kleiner. Verwacht dat de neerslag dichter bij de explosieplaats dikker is en dunner wordt naarmate deze met de wind meewaait.

    Het slechte nieuws over radioactieve neerslag is dat de radioactiviteit ervan dikke oppervlakken (waaronder staal, hout en aarde) kan doordringen, ook al kan het stof zelf dat niet. Kortom, als je buiten een schuilkelder wordt blootgesteld aan slechts 400 R/uur, ben je binnen enkele uren dood. Het goede nieuws is dat de radioactieve eigenschappen van radioactieve neerslag na ongeveer 48 uur afnemen tot bijna normale niveaus.

    Dit is waar een ondergrondse schuilkelder van pas komt. Idealiter zou je na een nucleaire explosie, waarbij je de eerste explosie hebt overleefd, je gezin verzamelen in je volgens de regels gebouwde schuilkelder en daar wachten tot het voorbij is. Vier dagen later kom je naar buiten en begin je je leven weer op te bouwen.

    Inzicht in radioactieve neerslag en wat u moet doen om uzelf vrijwel volledig te beschermen tegen de gevaren ervan is cruciaal. De constructie van uw ondergrondse schuilkelder moet de benodigde bescherming bieden om te overleven. In principe moet u uw schuilkelder zo bouwen dat het dak zich minstens 120 cm onder de grond bevindt (90 cm bij onverstoorde grond). Of u nu gewapend beton of een laag lood gebruikt, de 90 tot 120 cm grond biedt effectieve bescherming en vormt de eerste barrière die voorkomt dat radioactieve elementen uw lichaam binnendringen.

    Bronnen van nucleaire straling

    De eerste atoombomproef, nabij Alamogordo, New Mexico, 16 juli 1945.<br>Jack Aeby/Los Alamos National Laboratory
    De eerste atoombomproef, nabij Alamogordo, New Mexico, 16 juli 1945.

    Jack Aeby/Los Alamos National Laboratory

    Drukte- en thermische effecten treden in zekere mate op bij alle soorten explosies, zowel conventionele als nucleaire. De vrijgave van ioniserende straling is echter een fenomeen dat uniek is voor nucleaire explosies en vormt een extra oorzaak van dodelijke slachtoffers, bovenop de explosie- en thermische effecten.

    Deze straling bestaat in principe uit twee soorten: elektromagnetische en deeltjesstraling. Deze straling wordt niet alleen uitgezonden op het moment van de explosie (initiële straling), maar ook nog lange tijd daarna (residuele straling). Initiële of directe kernstraling is de ioniserende straling die binnen de eerste minuut na de detonatie wordt uitgezonden en vrijwel volledig het gevolg is van de kernprocessen die tijdens de detonatie plaatsvinden.

    Reststraling wordt gedefinieerd als de straling die later dan 1 minuut na de detonatie wordt uitgezonden en voornamelijk voortkomt uit het verval van radio-isotopen die tijdens de explosie zijn geproduceerd.

    Initiële straling

    Ongeveer 5% van de energie die vrijkomt bij een nucleaire luchtexplosie wordt overgedragen in de vorm van initiële neutronen- en gammastraling. De neutronen zijn vrijwel uitsluitend afkomstig van de energieproducerende splijtings- en fusiereacties, terwijl de initiële gammastraling zowel afkomstig is van deze reacties als van het verval van kortlevende splijtingsproducten.

    De intensiteit van de initiële nucleaire straling neemt snel af met de afstand tot het explosiepunt. Dit komt door de verspreiding van de straling over een groter gebied naarmate deze zich verder van de explosie verwijdert, en door absorptie, verstrooiing en opname door de atmosfeer. De aard van de straling die op een bepaalde locatie wordt ontvangen, varieert ook met de afstand tot de explosie.

    Vlakbij het explosiepunt is de neutronenintensiteit groter dan de gamma-intensiteit, maar met toenemende afstand neemt de neutronen-gamma-verhouding af. Uiteindelijk wordt de neutronencomponent van de initiële straling verwaarloosbaar in vergelijking met de gamma-component.

    Het bereik waarin significante niveaus van initiële straling voorkomen, neemt niet sterk toe met de wapenopbrengst en daardoor vormt de initiële straling een minder groot gevaar naarmate de opbrengst toeneemt. Bij grotere wapens, boven de 50 kiloton, zijn de drukgolf en thermische effecten zo veel belangrijker dat de directe stralingseffecten kunnen worden genegeerd.

    Reststraling

    Het debuut van het M65-atoomkanon met een testschot tijdens Operatie Upshot-Knothole op de Nevada Test Site, 25 mei 1953.
    Het debuut van het M65-atoomkanon met een testschot tijdens Operatie Upshot-Knothole op de Nevada Test Site, 25 mei 1953.

    Het resterende stralingsgevaar van een kernexplosie bestaat uit radioactieve neerslag en door neutronen geïnduceerde activiteit. Resterende ioniserende straling ontstaat door:
    Splijtingsproducten

    Dit zijn isotopen met een gemiddeld gewicht die ontstaan ​​wanneer een zware uranium- of plutoniumkern wordt gesplitst in een splijtingsreactie. Er zijn meer dan 300 verschillende splijtingsproducten die het resultaat kunnen zijn van een splijtingsreactie. Veel hiervan zijn radioactief met zeer uiteenlopende halfwaardetijden.

    Sommige hebben een zeer korte halfwaardetijd, bijvoorbeeld een fractie van een seconde, terwijl andere een lange halfwaardetijd hebben waardoor de materialen maanden of zelfs jarenlang een gevaar kunnen vormen. Hun voornaamste vervalwijze is de emissie van bèta- en gammastraling. Per kiloton explosieve kracht worden ongeveer 60 gram splijtingsproducten gevormd.

    De geschatte activiteit van deze hoeveelheid splijtingsproducten 1 minuut na de detonatie is gelijk aan die van 1,1 x 10²¹ Bq (30 miljoen kilogram radium) in evenwicht met zijn vervalproducten.

    Niet-gesplijtend nucleair materiaal

    Kernwapens zijn relatief inefficiënt in hun gebruik van splijtbaar materiaal, en een groot deel van het uranium en plutonium wordt door de explosie verspreid zonder te splijten. Dergelijk niet-gesplijtend nucleair materiaal vervalt door de emissie van alfadeeltjes en is van relatief geringe betekenis.

    Door neutronen geïnduceerde activiteit

    Lees verder  Bericht ID 3529