De DS18B20 komt in verschillende vormen, dus je kunt precies dat model kiezen wat het meest geschikte is voor jouw toepassing. Er zijn 3 basis varianten, de 8-Pin SO (150 mils), 8-Pin µSOP, en een 3-Pin TO-92. Alle varianten gebruiken slecht 3 draden: Zwart (aarde), Rood (Spanning) en wit of geel (Data). En natuurlijk is er ook nog de module, die kant en klaar met LED en weerstand gelijk op je Arduino kan worden aangesloten.
Wat ook een mooie optie is van de DS18B20, is dat je tot 127 van dit soort sensors kunt aansluiten op slechts 1 data pin van je Arduino. Kan me niet voorstellen dat je 127 sensors nodig hebt, maar het is mogelijk. Maar bijvoorbeeld 4 stuks voor het meten van de temperaturen in je serverrack is wel erg handig op slechts een data-pin van je Arduino.
- Categorie archieven Componenten
-
-
RGB LED common anode
Creëer alle kleuren door het gebruiken van 3 PWM kanalen op de arduino.
Deze LED heeft 4 pinnen, 1 x Gnd (ground), 1 x rood, 1 x groen en 1 x blauw.Eigenschappen:
- Voltage: Rood: 1.8V – 2.2V, Groen: 3.0V – 3.4V, Blauw: 3.0V – 3.4V
- Maximale stroom opname: 20 mA
- Lichtopbrengst in mcd: Rood: 5000 – 6000, Groen: 6000 – 7000, Blauw: 2500 – 300
- Golflengte:Rood: 620 – 625,Groen: 515 – 520,Blauw: 460 – 465
- Gewicht: 1 gram
- Afmetingen: Diameter: 0,50 cm, Hoogte: 2,00 cm
Model nummer: YSL-R596CR3G4B5W-F12 (diffused)
De sketch om deze te testen KLIK (gebruik onderstaande aansluitingen, dan hoef je niets te veranderen aan de sketch)Aansluitingen:
- Rood op pin 4
- Blauw op pin 5
- Groen op pin 6
- Gebruik voor elke aansluiting tussen de arduino pinnen en de LED een 220 ohm weerstand (andere waarde kan ook goed of zelfs beter werken, maar ik ben tevreden met het resultaat)
- Een draad van de anode naar de +5 Volt
En een update sketch met een mooie langzame vloeiende regenboog KLIK
-
Henry

Kleinere eenheden De henry, symbool H, genoemd naar Joseph Henry, is de SI-eenheid voor zelfinductie van een spoel en voor de wederzijdse inductie van twee spoelen. Een spoel heeft een zelfinductie van 1 henry als een verandering in de stroomsterkte van 1 ampère per seconde een inductiespanning veroorzaakt van 1 volt. Door deze definitie heeft de toepasselijke vorm van de Inductiewet_van_Faraday in het SI-stelsel, waarin de geïnduceerde spanning U wordt uitgedrukt in de verandering van de stroomsterkte I de eenvoudige vorm:

met de zelfinductie L als evenredigheidsconstante, die volledig wordt bepaald door de configuratie van de spoel.De relatie van de henry met andere SI-eenheden is:

Legenda A – ampère S – seconde J – joule T – tesla m – meter V – volt N – newton Wb – weber In de praktijk van de elektrotechniek en de elektronica is de henry een zeer grote eenheid. Spoelen van 1 henry zijn dan ook niet courant, er wordt meer gewerkt met lagere waarden, tot in de orde van grootte van 1 μH.
Verouderde eenheden
-
Basisprincipes van het testen van bipolaire junctietransistors

Basisprincipes van het testen van bipolaire junctietransistors Ik krijg hier veel vragen over, dus ik dacht dat ik er een artikel over zou schrijven.
Eerst heb je een goede digitale meter nodig met een diodetestfunctie. Vergeet het ohmmetergedeelte van je meter, dat is veel te onbetrouwbaar daarvoor. Bijna alle digitale meters hebben tegenwoordig een diodetest, en die is 100% noodzakelijk voor zelfs de rudimentaire betrouwbare resultaten waar we hier naar streven. Als je een meter moet kopen, bedenk dan dat je krijgt waar je voor betaalt.
Ga niet bezuinigen op een waardeloze meter van €10 van de Action of zoiets, terwijl je (op tijd van schrijven) op Marktplaats of eBay een goede gebruikte Fluke 77 of gelijkwaardig voor €50 kunt kopen. Je kunt een goede nieuwe meter kopen voor minder dan €100.Om de basisprincipes van de diodefunctie te begrijpen: de waarde die je krijgt bij de diodetest is de spanning die nodig is om de depletielaag bij de p-n-overgang van de diode te overbruggen. Maak je geen zorgen over de betekenis daarvan, ik wil alleen dat je de eenheden begrijpt van wat je gaat meten.
Als je bijvoorbeeld een plane-Jane 1N4004 diode gebruikt, stel je meter dan in op een diodetest en verbind de positieve pool met de anode en de negatieve pool met de kathode (de kant met de band). Je zou ongeveer 0,45 V tot 0,65 V moeten meten, afhankelijk van de hoeveelheid stroom die je meter door de diode voert. Draai de meetsnoeren om, met de positieve pool op de kathode en de negatieve pool op de anode, en je zou een ‘OL‘ of ‘Overrange‘ moeten zien… raadpleeg de documentatie van je meter om beter te begrijpen hoe een open circuit wordt aangegeven, maar in principe zou er geen geleiding moeten zijn met de meetsnoeren omgedraaid.
Een kortgesloten diode geeft ‘0 V‘ aan met de meetsnoeren in beide richtingen.
Veel meters geven een korte ‘piep’ om hoorbaar geleiding aan te geven, en een continue ‘piep’ om een kortsluiting of een zeer lage depletion layer-spanning aan te geven. Handig, maar dit is per merk en type verschillend.
Nu je de basis kent van hoe een diode meet met een meter, kun je een transistor testen. De onderstaande afbeelding toont een vereenvoudigd equivalent circuit van een NPN- en een PNP-transistor, evenals de anode- en kathode-identificatie van een diode. Natuurlijk kun je zo’n transistor niet ‘bouwen’, maar het is een goede visualisatie om te begrijpen hoe je er een kunt controleren.
Lees verder Bericht ID 310















