De kelvin-meetprobe

In de praktijk worden de meetpennen A en C en B en D meestal gecombineerd in zogenaamde kelvin-meetprobes. In de onderstaande foto ziet u hoe die er uitzien. Met de tangen met vergulde bekken maakt u een goed contact met de te meten lage weerstand. Uit iedere tang komen twee meetsnoertjes. Met het ene wordt de constante stroom aan- of afgevoerd, met de tweede wordt de te meten spanning aan de multimeter aangeboden.
De vierdraad- of kelvin-methode

In feite bestaat er maar één goede manier om dergelijke lage weerstanden nauwkeurig te meten en dat is gebruik te maken van de kelvin-methode. Alle dure multimeters gebruiken tegenwoordig deze methode. Deze meetmethode is geschetst in de onderstaande figuur. In de multimeter is een constante stroombron aanwezig die een zeer constante stroom Icte door de onbekende weerstand Rx stuurt.
Hoe groot deze weerstand ̶ binnen bepaalde grenzen ̶ ook is, de stroom die er doorheen vloeit is altijd hetzelfde. Deze stroom wordt aan- en afgevoerd via de meetpennen A en B. Met twee andere meetpennen C en D wordt de spanning gemeten die over de onbekende weerstand ontstaat. Uit de wet van ohm kan de elektronica dan op een heel eenvoudige manier de waarde van de weerstand afleiden.
Het volstaat de spanningsval over de weerstand Rx te delen door de constante stroom Icte.
Lees verder Bericht ID 43729




